eerst zag ik niets toen ik door het raam naar buiten keek want het was donker. ik zag dat het koud was. ik was ziek en mocht al dagen niet naar buiten. ik zou het niet eens kunnen. uit het duister kwamen drie figuren aangelopen, en, ik wist niet wat ze van plan waren. wat waren ze van plan? voor het huis langs liepen ze, voor de heg liepen ze door. ze hadden de vaart er goed in en zonder op te kijken liepen ze verder. oh nee: ene kijkt er om maar ziet niets. nu zijn ze verdwenen in de nacht