H E T   S CH I L D E R B OE K   V A N   F E R D I N A N D   P E E R
krassen op het oppervlak
el paisaje de memoria~ cuando ya reconoces un lugar aunque vienes de otro lado que otra vez
lezing~ alle lezen is als finnegans wake lezen is als het lezen van zen and the art of motor maintenance in het hongaars: vol met nieuwe richtingen en lagen. of beter nog, als het zien van een film in farsi of hindi: je begrijpt en zíet een deel en de rest vult je inbeeldingsvermogen in
ongrijpbaar~ god is al het onbegrepene en onbegrijpelijke; de vraag is: wordt god groter of kleiner met onze toenemende kennis?
gids~ kunst neemt je bij de hand en laat je zien dat er toch veel te zien is in het donkere bos—als je er maar binnen gaat
roman~ er is iets in de kamer. maar de kamer is leeg. vindt roman, terwijl hij met de ogen wijdopen de donkere kamer rond kijkt. er kruipen plinten over de vloeren langs de muren, terwijl een pvc-buis daar overheen gebogen is om een stopcontact op geringe hoogte te bereiken. op het plafond lopen er stralen licht van rechts naar links van een auto buiten die voorbij rijdt. aan het eind, tegen de muur tellen ze elkaar op en sterven weg. net als het uitdovende geluid van de auto. twee meisjes fietsen voorbij. ze lachen als ze in het donker van de gladde weg het donkere en onregelmatige zandpad op fietsen. onder hun fietslamplicht zien de oneffenheden eruit als grote kloven en gaten in hard graniet. ze verstevigen de greep op het stuur en wachten op de klappen. roman schuift het gordijn weg en ziet een schemering van de ochtend in aantocht. roman is de enige die nog wakker is. misschien zijn er ergens nog mensen tanks aan het schoonmaken in vreemde melkfabrieken in plaatsen van het land waar het accent zo onecht klinkt. waarschijnlijker en killer vindt roman het dat ze net zijn opgestaan en aan een nieuwe dag beginnen. roman hoort en voelt een mug tegelijkertijd. hij mist hem. als hij naar beneden gaat ziet hij dat zijn vader weer eens de hele nacht het doorgewerkt. zijn vader ziet hem staan en spreekt hem direct aan: xik heb er nog eens over nagedacht, maar ik ben er zeker van. ik heb me vergist. je moest niet roman heten maar omar. dat was het. dat is veel beter. vind je het erg om voortaan omar te heten? dat is eigenlijk wat ik bedoelde"
abîme superficiel~ de oppervlakkige afgrond; de duizelingwekkende diepte van het oppervlak; hoe een tweedimensionaal vlak werk diepte krijgt en hoe een proces een vlak vult waarbij de kunstenaar toekijkt en stuurt
ben~ ik mijn geheugen of ben ik mijn woede of ben ik deze gedachte?
een moment van onachtzaamheid
rune~ de dode letter; de overledenen spreken tot u door deze letters; hun wereld aanschouwt u hier; hun gedachten openbaren zich nu /wodan
kijken~ is de ruimte oplossen: je kijkt de wereld plat: dan zie je dat alles precies in elkaar past
schilderboek van ferdinand peer~ de documentatie van een knstenaar is als cocido madrileño: alles samen gekookt maar in aparte gangen geserveerd. het begrijpen van de kunst of de kunst van het begrijpen; de geheel eigen waarmeningen en waarnemingen van ferdinand peer met opmerkingen van kanton bubahsky
aandacht~ het vermogen onvermoede details waar te nemen
abrigo do lagar velho~ grot in portugal waar resten van een kind met kenmerken van zowel homo sapiens als neandertaler zijn gevonden. beschreven door eric trinkaus
aquarium~ kleine spiegelwereld; gene zijde; geluidloos, behalve het gebrom van de pomp; samen met mijn vader modderkruipers zoeken; de geur van stopverf; het gevoel van rietvoorn; waterpest en hoornblad; zag ik net een zoetwaterwalvisje?
cocido madrileño~ ontstaan uit het sefardische gerecht adafina; alles wordt samen gekookt maar in afzonderlijke gangen (vuelcos) geserveerd. kikkererwten, kool, wortels, aardappelen, spek, chorizo, bloedworst, ham, soepbot, rundvlees en bolas (gehaktballen met broodkruim en peterselie) of eieren
om mani padme hum~ het mantra van het grote mededogen: als iemand die je dierbaar is die overlijdt wordt je eerst (en tijdens dát moment) overspoeld door een enorme golf van mededogen voor het lijden dat diegene onderging in zijn hele leven
nooduitgang~ als mensen je ergens verkeerd kunnen begrijpen, zullen ze het niet nalaten. ze kiezen de snelste weg uit je redenering
kunde~ kún je iets begrijpen dat eigenlijk onwaar of onzinnig is?
onderdak~ net boven de bomen op de rug van de pas zie je het dak van het huis van de kluizenaar rood afstekend tegen de blauwgroene wand van de hoge berg ; het is groot—althans uitgestrekt over vele paviljoens verbonden door overdekte gangen—en van alle gemakken voorzien ; je bent er welkom maar je zult hem er nooit aantreffen
paniek in de dauw~ het was al lang geleden, zeker voor een dier als zij was, dat karel haar gepakt had. ze bad daarop tot de lieve heer dat karel een keer zijn regenscherm zou vergeten en haar zou nemen, in de gang. het mocht niet baten. niets hielp, ook het bidden niet. en het smeken had alleen een averechts effect. ze was radeloos maar ze besloot toch, op zekere dag, vandaag, het volgende te ondernemen. als een soort van laatste afdwinging of eerste onthouding van het onontkoombare dat haar helder en klaar voor ogen stond als een snelstromend beekje in een diepen scheur tussen de woudreuzen die daarin helemaal alleen stonden want het waren beuken en haar middenrif deed kruimelen en haar hart jeuken zodat ze haar linkerarm tegen de borstkas klemde zo moest haar besluit haar verwarmen en doorbloeden. en dat deed het ook. ze trok haar stoute schoenen aan. en haar stoute rokje en haar stoute truitje en paradeerde dronken van het vreemde spel dat zij speelde in de vroege ochtendlucht op het met nog dauwbevochtigde grasveld voor de flat waarin zij woonde want ze wist dat karel elke ochtend uit het raam keek als hij de koffie door het apparaat liet pruttelen. eeraleerst liep ze wat achteloos rond en leunde zwaar op haar tenen opdat der hakken niet zouden wegzakken tussen de pollen gras. maar allengs beheerste ze dat zo goed dat zij kon schrijden, het bekken naar voren overhellend, haar linkerhand in de bocht van haar rug en haar kin omhoog, zo waadt zij aan, de nieuwe dag. aurora! de koffie zal hem sterken, zijn knijpende maag zal versterkt worden dat door zijn gedachten aan haar, hij vergeeft zijn ochtendhumeur en ziet een nieuwe tijd aanbreken, daar, voortschrijdend over het veldje gaat zijn gemalin. aurora! het koffiezetapparaat hapert en geeft een scheut bevrijdende reutels en borrelingen. ze kijkt naar het balkon, waar, echter nog geen deur is opengegaan. hij moet nu toch gaan komen kijken binnen gehoorsafstand, anders marcheert de dageraad van het grasveld af en staan blijven kan ze niet zonder haar gratie te verliezen die als de traagheid om haar heen hangt en haar met parfumdauw omhult zolang ze beweegt. wie ben ik dat ik dit allemaal besef? waarom snapt die klootzak het niet? er is geen tijd te verliezen. zou karel nu niet snappen wat er gaande moet zijn dan is haar gedrag voor altijd onverklaarbaar ingewikkeld en omstreden. hij zou haar geestelijk mijden en doden met een schouderophaal als ze eens fietsten langs een berm met naamloze bloemetjes die zij nog nooit gezien zal hebben, en wolken die kloppen en het warme asfalt dat zij voelt onder haar wielen. hoeveel passen kan zij nog schrijden voor ze later nooit meer aan karel kan zeggen dat hij wat fout doet? beseft hij dat hij hier aan het weglopen is? en maar doorsjokt achter zijn gemiddelde dagindeling aan en nooit meer naar morgens kan kijken zonder een klok te zien? wat nu? ze maakt de stappen korter en gooit haar hoofd van voor naar achter. steeds sneller, tot haar haren zich niet meer lijken te verplaatsen. ze pakt haar haren bij elkaar en draait ze in een knotje. voor het raam staat nog steeds karel. hij kijkt wat bezorgd en schudt met zijn mok met koffie. 'karel' staat erop.
DIJKNIMF~ in een weiland lopen drie mannen. ze kijken naar de grond. naar het gras en de klaver. er vliegt dan een leeuwerik boven hun hoofden. een boomtop in de omgeving ruist plotseling hoorbaar, door het gezang van de vogel. als ze verder lopen horen ze het ruizen van de bomen, terwijl het nu dezelfde sterkte heeft als toen ze het niet hoorden. het zijn er drie. drie mannen van gelijke kleding, gelijke grootte, gelijke leeftijd, zelfs, zo te zien, denk ik. nu gaan ze uit elkaar om een koeievlaai te ontwijken. twee naar links. twee naar rechts. een naar rechts, een naar links. de man in het midden draait zich om en loopt terug, hij wordt nagestaard door de anderen. pas als de man uit het midden over het prikkeldraad stapt en over de dijkweg naar het dorp wandelt besluiten de twee achtergeblevenen hem te volgen. de drie mannen worden bekeken door een zwart)witte boerenkater, die helemaal aan de andere kant van het veld zit. hij is zo goed te zien omdat zijn vacht zo afsteekt tegen het groene gras en de roze en witte klaver. achter de mannen aan, in de berm, loopt nu een dijknimf, zij laat de kat verdwijnen. de kat is weg. (dijknimfen zijn voor oorsprong duinnimfen of broeknimfen, misschien zijn er ook wel terpnimfen, nixstras of nimfstras)
zinnen zonder regels
dilletante~ "dan zongen ze: dilletante, kille tante, pille tante. raar wijf! gekke troel! met die dille, in je smoel! met die dille, in je bille. lekker gille, op je stoel. ja ja! zo zijn ze. maar goed. de dilletante was dan ook een ware liefhebster"—haar echte naam kennen we niet. prinses die moest trouwen maar liever werkte in haar dilletuin. een aardman genaamd maakte misbruik van haar en de situatie. hij werd gedood door een prins die de dilletante echter niet wist te bevrijden van de vloek
GEVOELIGE LAAG~ als kind al verkreukelde ik zilverpapier om het dan weer helemaal glad te wrijven. maar dat lukte nooit helemaal; er bleven altijd sporen van de kreukels (want de weerbarstige werkelijkheid zat ertussen) nu doe ik het weer juist om de werkelijkheid vast te leggen
de koude handen
verhalen zonder werkwoorden
het weer in de spiegel
de omgevallen kaartenbak
alles is een uitzondering
boletus edulis~ eekhoorntjesbrood. te herkennen aan het witte netwerk (reticulatie) op de steel net onder de hoed, wit vlees dat roze kleurt onder de hoedrand, gele buismondjes. donkere hoed (kadetkleurig) en lichte steel
almansur~ De hemel boven het paleis van de kalief van Bagdad was vol sterren en de maan scheen helder en daarom wandelde de kalief, die de slaap niet kon vatten door al dit schoons, in een der vele boomgaarden die zijn paleistuin rijk was. Hij hoopte aldus enig verkoeling en verstrooiing te vinden om zo beter door de slaap verrast te kunnen worden. Plotseling hoorde hij een stem uit een boom die wat afzijdig stond van de anderen. 'Fatima, hier ben ik!' De kalief keek verbaasd om zich heen tot hij de jongeman die hem bij de naam Fatima had aangeroepen ontwaarde. De jongeman snelde op hem toe en omhelsde hem. De kalief was verbouwereerd, zo vaak werd hij in zijn functie niet door slecht geschoren jongemannen op de mond gekust. 'Fatima!', sprak de jongen. 'Hoe heerlijk is het jouw bevallige vormen in mijn sterke zeemansarmen te voelen' Waarbij hij de kalief van opwinding stevig in beide wangen kneep. Pas toen bemerkte hij zijn vreselijke vergissing. 'Maar, u, u bent Fatima niet' stamelde de jongeman. 'Wie is u, waar is fatima?' De kalief begreep nu dat hij voor een ander werd aangezien. 'Jongmens, als je me vertelt hoe je hier zo te recht bent gekomen in de tuinen van de kalief, de grootste mens op deze aarde, de meest verlichte man, heerser van Bagdad - en dat wil wat zeggen in deze tijden - vergeef ik je je onbetamelijke gedrag.' Hij verzweeg wijselijk zijn ware identiteit opdat de jongen zich uit verlegenheid niet zou verstillen. 'Oh heer, verraadt mij niet!' De jongen viel op zijn kniee n en kuste de slippen van de kaftan van de kalief en ook diens rechter grote teen. 'Verraadt mij niet oh heer ik ben slechts een eenvoudige zeeman, ik heb mijn hart verloren aan een dienstmaagd uit het paleis en als men mij zou vinden en gevangennemen zie ik haar nooit meer terug!' De kalief gebaarde de jongeman weer op te staan en sprak: 'Wees maar niet bang. Misdaad noch zonde is nog begaan. Maar vertel me uw naam en waar u vandaan bent gekomen, uw kleding verraadt dat u een lange reis heeft gemaakt voordat u uwzelve hier vond, en hoe u Fatima hebt leren kennen, want het is toch algemeen bekend dat niemand toegang heeft tot de vrouwen in dienst van Kalief H., zelfs de minste dienstmaagd of schoonmaakster of vouwmeisje wordt elk uur van de dag door des kaliefs wachters bewaakt.' 'Oh heer!, Uw schrandere woorden vliegen als vogels recht gewiekt strak op hun doel af, hoe gij mij doorziet, Ik ben met stomheid geslagen! Herman is mijn naam maar men noemt mij hier te lande Armando. Van het Frankische land kom ik, de Noorderwind bracht mij na een barre tocht van vele jaren in uw prachtige stad die men alom prijzen hoort. Vijf lange jaren geleden is Fatima mij als vrouw beloofd. Haar oom Giroidas, een rijke Griekse koopman. maar o gruwel, op een pleziervaart met tal hare vriendinnen, werd haar schip overallen door roofzuchtige moren en werd zij als slavin verkocht.' Hier onderbrak de kalief het verhaal van Armando. 'Heb je nog meer vrienden bij je die dat geruis daar in de struiken en onder de oude mangabomen veroorzaken?' 'Neen heer, ik ben hier geheel alleen gekomen.' 'Wie zijn het dan die dat geluid veroorzaakten wat ik zoven hoorde? Hoor! Daar is het weer!' En nu hoorde ook Armando het vreemdsoortige geluid. De kalief vroeg daarop aan de jongen: 'Wilt U uw kalief ten dienste zijn? Volgt mij dan en laat ons uitvinden wat dat geluid te betekenen heeft'. De twee mannen slopen nu voorzichtig naar het struikgewas waar zo ven nog een ijselijke schreeuw had weerklonken. Een reusachtige steenarend sloeg nutteloos zijn krachtige vleugels door het duistere zwerk, zijn poten aan een tak gebonden, de ogen door een leren kap bedekt. Voorzichtig naderde de kalief het gebonden wezen dat zo weeklagend om hulp had geroepen. De mannen verbazenden zich over de grootte van het dier dat zeker vier malen de grootste vogel die de kalief ooit gezien had overtrof.
centraal station~ de trein wisselt dichter toe op de lijn van gevels, een lichte topzware zwenking, trager gevolggevend een nadering momenten: toendra's, van reflectie en afwending dan ogen kijken door de gevelwand in de mijne tussen de vensters staren twee ogen; er zweeft wat rook; beleefd onbegrip, door de reizigster trekken mijn ogen de zwarte stenen tussen de witte kozijnen scherper; een flinke wollen kabeltrui heb ik aan ik kijk niet naar u ik kan mij niet verraden. mijn nek zit op slot in normaal gedrag; in haar hoofd schieten ramen langs, een zichtbaar kenmerk door herhaling, vele ruiten worden één vol koestering, een klein ovaal kozijn. dan de donkere stationsoverspanning, bevrijdt van het kader van de donkere haarlok waar lang de amsterdamse school
kabouterjenever (lange variant)~ vlak na de oorlog monsterde ik aan op de gloednieuwe walvisvaarder de Willem Barendsz. een mooie tijd met veel optimistische jonge mensen. vol enthousiasme togen we zuidwaarts op zoek naar de walvis. eerst zakten we langs de westafrikaanse kust naar kaap de goede hoop en hadden daar overal een prima tijd. ik herinner me veel muziek, dans en vrouwen en heel goedkope jenever, kabouterjenever. gewoon uit nederland. allemaal geweldig maar na kaapstad was het uit met de pret. toen begon het echte werk. we gingen de oceaan op: geen havens meer maar alleen maar oceaan. we gingen steeds verder naar het zuiden op zoek naar de walvis. maar het zat tegen. de walvis liet zich maar zelden zien en vele maanden dreven we rond zonder ook maar één walvis te zien. dit was toch niet het mooie zeemansleven dat ons voor ogen stond! waren we nog maar in kaapstad, met de mooie vrouwen en de kabouterjenever. bij de meesten begon de heimwee en de spijt nu erg op te spelen. en het enige tijdverdrijf dat we hadden als je vrij was, was rondhangen op de achterklep van het schip. voor het luik waar de walvissen door naar binnen werden gesleept. die klep was vlak boven het wateroppervlak en je kon dan zwemmen en wat zonnen. veel meer was er ook daar niet te doen. zo lagen we daar wat te vervelen toen ineens Piet op het platform verscheen. in zijn nette pak. met in elke hand een koffer -zo Piet, ga je passagieren? - hij groette iedereen heel beleefd en zei dat hij naar huis ging. hij pakte zijn valiezen op en stapte zo overboord. even was het doodstil en we keken elkaar aan. wat een rare grap. maar hij kwam niet meer boven. een paar jongens doken er nu achteraan maar het was vergeefs. ze kwamen boven zonder iets van Piet. hij had zijn koffers gevuld met kettingen en andere ijzeren troep om zeker te weten dat hij niet meer boven kwam —Jan Alferink
levensloop~ ach, het is toch zoo licht lopen, in de slavenketen. die daar vooraan zal zeker en vast de weg wel weten. wie zou er klagen? wij hebben toch zeker allen lege magen. hier lopen wij, kameraden voor het leven, over de vaste paden, de zon schijnt zwaar, bedrukt ons even, maar de lasten op onze ruggen zijn hoog opgeladen, het hoofd blijft zo fijn koel en ongenaakbaar. de ketens zijn zo diep al ingesleten, onze magen lang vergeten, er rest ons slechts op de gebarsten lippen - als ik ze krul proef ik van dat rode spul - de laatste twijfel, wat vage begrippen, vormen samen een vraag: zou ik kou vatten, zonder mijn stalen kraag?
alas de cuervo~ letterlijk 'ravenvleugels'; de opa van victor gaf er die naam aan; kersantiet, jabbro-dioriet; plutonisch gesteente; hard en zwart; bij lozana in piloña
tak~ hak op de tak / tak; taxus, de boom waar bogen van werden gemaakt; toxon, grieks voor boog; bow, engels voor tak (en boog) en dan scheut, shoot: een schot maar ook een jonge tak
aquarium~ kleine spiegelwereld; gene zijde; geluidloos, behalve het gebrom van de pomp; samen met mijn vader modderkruipers zoeken; de geur van stopverf; het gevoel van rietvoorn; waterpest en hoornblad; zag ik net een zoetwaterwalvisje?
ONTTEKENEND~ de constituent is in permanente staat van onbetekenis; leg je hem vast dan klapt hij uit elkaar (of in elkaar)
VERBERGEN~ de nieuwe bergen verschenen ineens. niemand had ze ooit eerder gezien. was daar dan altijd mist? wat beweegt er op die helling. en hoe kom je er?
EXPOSURE~ installatievoorstel. een ruimte met een plakkaat erop waarin staat dat er altijd risico is op ongeluk en dat arbo- en andere regels niet toestaan dat iemand daar binnen gaat
lokaliteit~ EENHEID VAN PLAATS EN TIJD(SNELHEID) elk lokaal systeem met dezelfde snelheid heeft dezelfde tijd (ongeacht waar ze vandaan komen)
claire et distincte~ alle ideeën helder en welonderscheiden; alleen dat wat ik zelf zeker weet of na kan gaan accepteer ik (vrij naar rené descartes)
kunstig~ over de kunst van het begrijpen en het begrijpen van de kunst
ik ben maar een stem op een moment
zweet des aanschijns~ de hoeveelheid werk en het resultaat van dat werk hebben geen enkele relatie
auctoriteit~ de wetenschap is in een crisis / er is geen enkele reden om aan te nemen dat de peer review goede en juiste wetenschap oplevert / democratie is evenmin een goede toets van juistheid / en het idee om je te baseren op bronnen is feitelijk de beste manier om fouten te laten voortbestaan / de enige manier om zeker te weten dat is juist is als het falsificeerbaar is / als het werkelijkheidsbestendig is
aanpassing~ men wil de leefomgeving aanpassen aan zijn leefwijze maar wil je duurzaam zijn doe je het andersom: je past je gedrag aan aan de omstandigheden: je wast af als het water warm is, je gebruikt stroom als er zon is, en zo meer
verlicht~ de mens is van nature gelaten en stoicijns. plicht, schuld en boete werden hem later aangepraat
ineens~ zie ik dat de wereld en mijn ziel dezelfde zijn. tegelijkertijd hoor ik de wiekslag van twee overvliegende raven
evolutie van de evolutie~ omdat de evolutie gedreven wordt door het obstakelprincipe—als het niet in de weg zit van iets anders blijft het zitten—zal het leven steeds doelmatiger worden en kun je duidelijk een begintijd onderscheiden waar er nog plaats was voor frivoliteiten en afwijkende vormen en de eindtijd waar elke organisme optimaal gevormd is en elke afwijking grote consequenties heeft
haren~ het scherpen van de zeis door erop te hameren; gebruik oorbeschermers; beginnen aan de binnenkant, 1mm uit de kant mikken; zorg dat het hele vlak dezelfde kromming heeft; loop de buitenkant na op onregelmatigheden
raamvertelling~ eerst zag ik niets toen ik door het raam naar buiten keek want het was donker. ik zag dat het koud was. ik was ziek en mocht al dagen niet naar buiten. ik zou het niet eens kunnen. uit het duister kwamen drie figuren aangelopen, en, ik wist niet wat ze van plan waren. wat waren ze van plan? voor het huis langs liepen ze, voor de heg liepen ze door. ze hadden de vaart er goed in en zonder op te kijken liepen ze verder. oh nee: ene kijkt er om maar ziet niets. nu zijn ze verdwenen in de nacht
eerste anti-zwaartekracht-machine~ de schommel is de eerste anti-zwaartekracht-machine; een schommel met een weegschaal erop zodat je ziet dat je gewichtloos bent tijdens de val heb ik tentoongesteld op de expositie van ubique in szentendre, hongarije, 1993
eenmalig~ getalstelsel. elk getal heeft maar één positie maar er zijn oneindig veel symbolen; elk getal heeft dus zijn eigen symbool; er is geen relatie met andere getallen door de talnotatie
plan~ maak geen planning ; dan hoef je hoef je die ook niet aan te passen ; en je hoef het ene onderdeel niet te haasten omdat het andere eraan komt
natrium (sodium)~ "ja mijnheer, met kwik vermengd vormt het een amalgama dat in de bunsensche elementen het zink kan vervangen; het kwik wordt nooit opgelost; dit is slechts het geval met het sodium, doch dit levert de zee mij telkens weder op" /kapitein nemo; 20.000 mijlen onder zee, 1e deel; jules verne
æther~ mijn æther is de tangentiale imaginaire ruimte. het tegenovergestelde van ruimte. uit de puntmassa stroomt de aether de ruimte in. continu krimpt de ruimte en groeit de æther
wet~ geschreven taal komt van hogerhand en wordt klakkeloos geaccepteerd (dat heb ik eens ergens gelezen (is het omdat je níet weet van wie het komt dat je het maar voetstoots gelooft?
kansheid~ het wordt tijd dat kans wordt gezien als grootheid; dat kans een richting is, net als energie, afstand, zwaarte, etc
krachtige blik~ de meeste mensen zien alleen wat ze willen zien; alleen de heel sterken zien ook dat wat ze níet willen zien
vuurhout~ hout—van den of spar—is gevoelig voor licht; kunnen we het nog gevoeliger maken zodat we er foto's mee kunnen maken?
begrijpelijke~ de veronderstelling dat de werkelijkheid voorstelbaar of zelfs maar begrijpelijk is voor ons mensen is bijzonder moeilijk te vatten—het is wel zo dat mijn stelling is dat íedereen alles kan begrijpen wat íemand kan begrijpen maar dat wil nog niet zeggen dat alles te begrijpen ís; het—onbewijsbare—uitgangspunt van de wetenschap is juist dat alles wél te begrijpen is
waarkunde~ de (natuur)kunde van de direct waarneembare wereld; de (natuur)kunde van de imaginaire wereld
privatio boni~ van augustinus; het kwade bestaat uit het ontbreken van het goede; het niet-doordenken over de gevolgen voor een ander van je handelen; dat alleen maar wat doen ook kwalijk kan zijn niet alleen voor een ander maar ook voor jezelf omdat het leeg is
breking~ waarom breekt licht bij materiaal? men zegt dat de snelheid verandert, maar waarom verandert het dan van richting? huygens heeft er met zijn golffrontmodel een mooie grafische voorstelling van maar dat is nog geen uitleg; fermat zegt dat licht de kortste weg in tijd kiest; en daar raakt hij de grondvesten van de natuurkunde
æther~ de æther is voor mij de tangentiale, imaginaire ruimte; het tegenovergestelde van ruimte. uit de puntmassa stroomt de aether de ruimte in. continu krimpt de ruimte en groeit de æther
lensvlak~ op het vlak van de lens is informatie gelijkelijk verdeeld, dus nul of hooguit een egale kleur; daarachter worden kringen kleiner totdat ze in het brandpunt overgaan in punten; het lensvlak is dus een soort holoraam want elk punt heeft alle informatie; bij een pingatcamera is dat nog poignanter: daar zit alle informatie in een punt
aandacht~ het waarnemen van onvermoede details
kabouterjenever~ het verhaal van jan alferink: lange tochten langs de afrikaanse kust met een franse pakketboot. drie maanden of langer van huis. het begon bij freetown tot aan kaapstad. hij was verantwoordelijk voor de motorsloep. bij monument van jan van riebeeck in '52 : een fles kabouterjenever en 45 gulden nederlandse zeelui; van kaapstad de bevoorrading willem barendz: mooi weer kalme deining. pilsje drinken op het walvisluik: vreselijke stank. er verschijnt een man, keurig in pak met hoed, paraplu en valies; hij wenst iedereen hartelijk een goeie reis en stapt zo in zee, de koffer tegen zijn borst geklemd; nooit meer gezien; waarschijnlijk de koffer vol met zware spullen
unair~ meervoud door vermenigvuldiging van eenvoud; het unaire telstelsel (base 1 (een uniforme kwantiteit als informatie (elke roman een lijnlengte
pad~ we kiezen ons pad door de waarschijnlijkheid, door het woud van mogelijke toestanden; dat heet het leven, dat is onze tijd. alle verandering die wij ervaren is maar schijn. verandert er überhaupt weleens wat?
voortdurende meditatie
onbetekenis~ de constituent is in permanente staat van onbetekenis; leg je hem vast dan klapt hij uit elkaar. of in elkaar
interpretatie~ de interpretatie van het kunstwerk ligt bij de beschouwer; de maker moet zo zuiver mogelijk zijn werk doen zonder zich zorgen te maken over hóe het bekeken gaat worden
keizerkleren~ iedereen kan alles begrijpen. als het begrijpbaar is; maar overdragen is een ander verhaal; als je iets niet begrijpt ontbreekt er context; en misschien zijn er mensen die beweren iets te begrijpen dat feitelijk onbegrijpbaar is omdat het onjuist is. dat zijn de keizerskleren
kvansummechanica~ de werkleer van het waarschijnlijkheidsveld (het kvansdeeltje)
verkwanselen~ kwans, kans (waarschijnlijkheid) en energiesprong: een hogere energie is een compactere waarschijnlijkheid (bijvoorbeeld een grote bindingskracht betekent een diepe put waar maar zeer moelijk uitgetunneld kan worden: toevoer van energie (warmte) vlakt de gausskromme uit)
rede~ de REDE is een afgeleide van het in werkelijkheid niet gehoorde maar niet onzichtbare denken
dingen~ subject en object zijn taaldingen; er wordt de suggestie gewekt dat ze bestaan en dat ze tegengesteld zijn; vervolgens krijg je vijfhonderd jaar debat; alsof er een objectief te generaliseren subject bestaat; om daarna ze weer bij elkaar te brengen met vergevingsgezinde dialectiek
tortas fritas~ deeg van half bloem half repostería, zout, olie en relatief veel (gestarte) gist; kneden; rijzen; kneden en op een plank in vierkantjes van 5x5cm snijden; half uur rijzen en bakken in veel olie /agustina
pekeldruk~ een duurzamere, experimentele variant van de marmerdruk: lage bak vullen met pekel (water verzadigd met zout) daarop verdunde acrylverf; het water al dan niet bewegen; papier er vlak opleggen; verf laten intrekken; eraf halen en liggend laten drogen
traagheid~ de traagheid is één van de twee krachten in de natuur. al dat is, wil niet van zijn plek. de onwil tot veranderen of bewegen; wat is de andere?
metathese~ niet these, antithese, synthese maar these, antithese METATHESE; je wordt de tegenstelling gewaar en neemt die mee; jíj bent verandert; dat is de ware dialectiek
automatiek~ processen die beeld genereren zijn natuurlijk interessanter dan zelf bewust iets proberen te tekenen; marmerdruk, ruis, kreukels; het is onduidelijk, eindeloos, onaf en echt
volcmar de ommelandvaarder~ een bijzonder boek van aar van der werfhorst. als je een goed verhaal zoekt voor een historische drama met hanze, stormvloed, kogges, geloof, kampen, santiago de compostela, gotland, geselaars en meer
tegenwoordigheid~ als in een verlaten dorpskern een bebouwing van staken en aarde strak afgetekend tegen een blauwwitheldere lucht als een mierenhoop omhoogstekend neergeregend afgesmolten leem naast hoopjes gras rond grijsdode takken als anorganische kernen krommen zij zich van de aarde het leven aanwijzend. als herhaalde waarschuwingen van een verre kennis. verbeten opblijven van een kleuter. zal het zich kijken laten. als kleine achteraf gemerkte kladjes. als het sluiten van de handen, het schijnduister van de nacht. als kastanjeboomschaduwen ontsluierd van het licht verheldert de ruimte. in mij krijt het, blij, binnen te gaan in de razende tunnel. het natriumlicht dat oranje spat tegen het paarse omspansel knalt de lyriek uit elkaar in rondspinnende splinters. zijn betekenis en verwachting afgeknelde zenuwuiteinden. een kristal tot zand geknapt. raadselachtig hoe snel je dingen vergeet, angstwekkend hoe sluipend vergeten zaken hun opwachting maken in het portiek der tegenwoordigheid
het vroege zomerlicht onder de vlierstruiken
vl.~ bij het verlaten van mijn huis trof ik vl. aan. zijn kleren geheel aan flarden gescheurd, geen droge draad meer aan zijn lijf, zijn adem stinkend naar spiritus. zo leek het althans, want een mens associeert de lucht van alcohol op zoo een frisse ochtend als deze, met die vorstblauwe lucht en de schrobbende meiden overal op de stoep met spiritus, en niet met likeuren, taften en porten zoals men dat wel des avonds zou doen. ondanks mijn haast ontfermde ik mij over de ontdane vl., het scheen mij toe dat hij ijlde en met dien koortsen kon ik hem niet op de stoep van mijn hospes, de oude voorhoeve was dat toen, laten liggen. met veel moeite kreeg ik hem naar boven, ontkleedde hem en legde hem in mijn bed. hij was nog steeds niet bij zinnen, het leek alsof zware koortsen hem gekluisterd hielden in zijn slaap, terwijl hij zelf om het hardst strijd leverde zijn bewustzijn te hergewinnen. toen ik de kachel opstookte, en er extra droog hout ingooide om hem sneller te laten trekken, ik zat aldus met de rug naar het bed toe, begon vl. te schreeuwen. eerst wist ik niet wat ik nu met hem aan moest vangen. ja, ik herinner me zelfs dat ik boos op hem werd, omdat hij mijn vroege afspraak met de koster, dien ochtend zou hij me het beroemde orgel laten zien, in het honderd gestuurd had, en mij geen ruimte liet dien betreffenden koster zelfs maar bericht te zenden. vl. schreeuwde telkenmale maar zijn eigen naam. "ik ben het! vl., het is goed, ik ben het! vl.! vl.! bedaar nu toch, het is ik!, vl.!" allengs sprak hij steeds zachter en ving aan te mompelen en te snikken terwijl hij zijn eigen naam bleef prevelen. ik wist mij met de situatie geen raad. in een dergelijken staat had ik nog nooit een mens aangetroffen! ondanks het vroege uur besloot ik toch maar om de meid te schellen. ik vroeg haar de oude voorhoeve te wekken en daarna zo snel als maar mogelijk een dokter te halen want ik was nu echt bezorgd om de toestand van mijn oude schoolkameraad. de oude voorhoeve kwam na eenige minuten mijn slaapkamer binnen, hij zag er bijzonder slaperig uit, wat natuurlijk niet zo vreemd was, want het was werkelijk vroeg. de goede man vroeg hoe het zo gekomen was. ik antwoordde hem dat ik het niet wist en vertelde hoe ik vl. had aangetroffen voor de deur van het huis. vl. was nu weer rustig en scheen vredig te slapen. "kent u deze heer?" vroeg oude voorhoeve mij nu. hij scheen niet erg gelukkige met de hele affaire, zoo een vieze zwerver onder zijn dak, daar kwam men niet licht vanaf, ik zag zijn fronsende blik en begreep zijn argwaan. ik besloot heer voorhoeve te vertellen hoe goed ik vl. kende. "het is een oude schoolkameraad van mij. samen zijn we naar de franse school gegaan in p. daarna zijn we samen naar h. gegaan om dezelfde studie te volgen, we hebben zelfs twee naast elkaar liggende kamers gehuurd, met een gemeenschappelijk vertrek." zo vertelde ik de oude voorhoeve. vl. was een goed student die veel respect genoot bij zijn leraren en zijn medestudenten. altijd haalde hij de hoogste cijfers, hij was dan ook primus van ons jaar. hij had gevierd kunnen zijn maar hij werd het niet, als uit vrije wil, zo scheen het, bewaarde hij afstand tot zijn collegae en tot zijn leermeesters, die toch op grond van zijn studieresultaten, bijzonder met hem ingenomen waren. eerst dacht ik dat het was dat hij toch niet zo goed kon aarden in de grote stad. zijn geest verwijlde veelal ergens anders. iets leek hem voortdurend bezig te houden. er kwamen verscheidene berichten en brieven van zijn familie maar ze hadden geen goede uitwerking op hem. waar anderen verheugd waren en opgevrolijkt door de berichten van thuis, leek hij bij elke brief, die meen ik, door zijnen zuster afgezonden werden, een slag te verwerken hebben, waar hij zich maar moeilijk van kon herstellen. hoewel het leed van zijn gezicht droop beweerde hij eenvoudig dat er niets aan de hand was met hem, en, zoo verduidelijkte hij mij, zijn familie was zijn aangelegenheid en niet de mijne. daar had hij natuurlijk gelijk in. maar ik kon het maar moeilijk verdragen om mijn goede vriend zo te zien wegkwijnen. na enige maanden, zijn plaats als primus was hij reeds lang kwijt, en hij liep gevaar de studie eerloos te moeten afbreken, was er niet veel meer over van hem dan een schim. geldgebrek had hij niet, maar hij verteerde alles in de vele kroegen die h. rijk is. hij was gewoon om des morgens, alvorens te eten al een fles rode wijn te laten halen en te ledigen. daarop kleedde en wies hij zich en toog naar de oude stad, waar hij meestentijds niet voor middernacht van terugkwam, geheel beschonken en met een lege beurs. ieder sprak van hem, en verscheidene professoren, aangedaan als ze waren door zulk een verkwisting van rijke talenten, trachtten hem te overreeden zijn dronkemansbestaan op te geven en zich weer aan de studie te wijden, maar tevergeefs. ook ik kon hem nauwelijks meer aanspreken. hij had een afstand tussen ons geschapen die niet meer te overbruggen viel. zijn gebrek aan vertrouwen in mij krenkte me, maar het diepst verwondden mij zijn woorden. hij had zich in die paar maanden ontvouwen tot een bittere en harde sarcast en cynicus die alle waarden en deugden waar een zedelijk mens bij leeft wist te verdraaien en te belachen. ik herinner nog die morgen waarop ik het huis verliet met al mijn bezittingen, want ik had een ander verblijf gezocht omdat met zoo iemand in de nabijheid onmogelijk valt te leven. 'zo je gaat?' zei hij, met een fles in zijn hand, hij dronk toen al niet meer uit glazen, maar zette de fles direct aan zijnen lippen. 'je laat je oude vriend in de steek?' en hij lachte daarbij honend. 'dat is het niet,' zei ik 'gij zuipt als een arbeidsloze en leeft als een beest en ge maakt uzelf zo te schande. maar dat laat me koud. het is dat gij mij geen vertrouwen schenkt. ik merk dat er weinig over is van die ouden vriendschap waar ge nu zo prat op gaat. waar is uw gevoel voor waarden toch, mensch?' en daarop gaf hij mij een een bijzonder raadselachtig antwoord, waar ik tot op heden nog niet van te weten ben gekomen wat hij ermee bedoelde. 'gij weet het allemaal zo goed.' zei hij. 'hoe men behoort te leven, de deugden die een mens zijn maat geven en dat soort onzin. nu laat ik u dit vertellen, kameraad, het leven is zo eenvoudig niet. neem mij nu. gezien de omstandigheden zou ik eigenlijk een bijzonder gelukkig mens moeten zijn. het fortuin was mij gunstig de afgelopen maanden. ik zou mijzelve niet genoeg kunnen prijzen met zoveel geluk en voorspoed. nu, ik ben niet gelukkig, dat kan ik u verzekeren. toch ben ik te bang er wat aan te veranderen. zo beangstigt me de gedachte dat het weinige dat me nog rest alsnog wordt weggenomen.' nadien heb ik nog maar weinig van hem vernomen. ik heb de moeite ook niet genomen mij naar zijn toestand te laten informeren, gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen. ik was zeer ontdaan door zijn gedaanteverandering. wij gedroegen ons als twee vreemden die enkele keer dat wij ons bij toeval ontmoetten. dat waren we ook geworden, vreemden voor elkaar. de oude voorhoeve scheen door mijn herinneringen eerder verontrust dan opgelucht. af en toe keek hij naar de door koorts gevelde vl. en luisterde dan met herniewde aandacht naar mijn verhaal. ik vervolgde mijn verhaal, in een meer opgewekte toonzetting, nu, niet alleen om de oude voorhoeve te gerieven maar omdat het werkelijk zo geschied was. 'zo bleef het, voor enige maanden althans. toen scheen vl. plotseling zijn zelfbeheersing te hebben hervonden. hij staakte het kroegenbezoek, verzorgde zich weer met enige aandacht, ja, hij schoor zelfs dien wilde baard af die hij dat jaar gekweekt had, als wilde hij van het hele studentenleven afscheid nemen. hij bezocht mij, op mijn nieuwe adres op een avond in september. ik was zeer verrast door zijn bezoek, dat kunt u zich voorstellen. hij bood mij dan ook zijn verontschuldigigngen aan voor het leed dat zijn gezelschap mij gebracht had. het was een private kwestie geweest waar hij maar moeilijk overheen kon komen, meer wilde hij er noet over kwijt. ik was echter al lang tevreden dat hij zichzelf weer onder controle had. hij zei dat hij genoodzaakt was het studentenleven vaarwel te zeggen, een oom van hem was overleden en zijn familie had beslist dat hij diens landgoederen in het zuiden zou gaan bestieren. hij had hier nu vrede mee, al scheen het hem maar zeer moeilijk af te gaan. dat was de laatste keer dat ik hem zag. we namen hartelijk afscheid van elkander en beloofden regelmatig te schrijven. ik heb sedertdien echter nooit bericht van hem ontvangen.' 'het is toch een merkwaardige kerel, die vriend van je.' de oude voorhoeve kon zich een dergelijke levenswandel maar moeilijk voorstellen, laat staan goedkeuren. 'nu had hij dus een goede betrekking, en zo te zien heeft hij daar ook de brui aangegeven, liever werd hij vagebond en landloper! en om zulke mensen maak jij je druk? laat ze toch aan hun lot over, er zijn betere mensen die je vriendschap verdienen, jongen!' ik moet hier wel bij vermelden dat de oude voorhoeve bezijdens enige reizen naar h., die hij zo snel mogelijk en met veel tegenzin na lang uitstellen ondernam, nog nooit buiten deze stad was geweest. mensen die reisden, hetzij voor hun werk of hun studie, of hun plezier schaarde hij vrijwel allemaal onder landlopers en zwervers, behalve de keizer natuurlijk. 'gelijk hebt u, maar het is mijn kameraad, en kan hem moeillijk in de steek laten, waartoe het lot hem ook bestemd moge hebben. welke draad er voor hem gesponnen wordt.' wat kon ik anders doen? 'laat het dan een les voor je zijn en kies je vrienden voortaan voorzichtiger.' de oude voorhoeve verliet zichtbaar gegriefd de kamer. hij hield mij stellig voor een groote idioot dat ik met zulke mensen omging maar dat liet mij koud. de git kwam binnen, achter haar aan sukkelde een oude man in een zwart pak, het was de dokter. "hier is de zieke, dokter' zei de meid geheel overbodig, want de arts had de zieke allang opgemerkt. hij ging op de rand van het bed zitten en zuchtte enige malen diep. ik was bevreesd dat hij nooit aan een onderzoek van de pati nt zou toe komen, zo scheen hij er tegen op te zien. hij voelde het voorhoofd van de arme vl., hij telde diens polsslagen en sloeg de dekens terug en beluisterde zijn longen met een hoornen trechter. daarna legde hij dekens weer goed en stopte vl. er zodanig mee in dat ik van hem van waaruit ik stond alleen nog maar een lokje haar kon zien, de rest ging schuil onder de dekens. de dokter zuchtte maar weer eens diep. 'b.' zei ik. 'wil je niet een kopje koffie gaan halen voor de dokter? daar zal hij vast wel aan toe zijn.' ik wilde niet dat de huismeid die zo ongeduldig scheen het verhaal van de zieke in haar huishouden aan anderen mee te delen het oordeel van de dokter te horen kreeg. met tegenzin verliet ze het vertrek. 'dokter, het spijt mij bijzonder u zo vroeg te moeten storen, in dit geval zag ik echter geen andere mogelijkheid. vertelt mij, hoe gaat het met hem?' zo sprak ik hem toe: 'het is een goede vriend van mij dien ik vanochtend zo desolaat en zwetend en bevend van de koortsen aantrof op de drempel van de deur.' 'helaas, mijn beste vriend, ik ben bang dat ik niet zoveel voor uw vriend zal kunnen doen. hij heeft een zware longontsteking en hij schijnt lichamelijk volledig uitgeput. als de koortsen beginnen te zakken geef ik hem een goede kans er weer bovenop te komen. maar zijn gesteldheid is ernstig, laat ik daar duidelijk over zijn.' ik begreep de oude heer niet zo goed. 'wat bedoelt u dokter?' 'deze man is ten dode opgeschreven, nog nooit heb ik iemand gekend die een dergelijke inzinking overleefd heeft, het spijt me.' ik was aangeslagen door dit nieuws, zo ernstig had ik het niet verwacht. 'is er dan niets dat ik eraan kan doen?' 'niet dat ik weet, maar zoals ik al zei, als de koortsen wegtrekken geef ik hem een goede kans. laat hem aardappelsop drinken, en warme geitemelk, dat weert de koortsen en sterkt het gestel. meer kan ik niet voor hem doen.' hij pakte de hoorn in zijn tas en voelde nogmaals het voorhoofd van vl. ik liet de git vier kruiken in vl. zijn bed stoppen, en besloot de bij hem te blijven waken. later die dag kwam de de koster mij bezoeken. in alle opwinding was ik vergeten hem te waarschuwen dat ik verhinderd was. in de toestand was nog geen verbetering, en de brave kon verder ook niets voor mij doen, vl was orthodox, en het geen zin kaarsen voor hem te branden aan een rooms altaar of een heilige met een latijnse naam. ik verzekerde de koster dat vl. het hem niet in dank af zou nemen als hij wist dat men op een dergelijke wijze aandacht aan hem besteedde. overigens was de koster bijzonder coulant met vl. en leek hij niet zoveel problemen te hebben met de verzorging van vl. als de oude voorhoeve had gehad. hij beloofde de volgende ochtend langss te komen om te zien hoe de zieke het dan maakte en wenste mij sterkte met vl.'s beterschap aangezien de zieke zelf niet bij machte was die woorden aan te horen. er gebeurde die dag verder niet veel, ik besteedde de tijd die ik doorbracht aan de sponde van mijn oude vriend met het schiften van mijn aantekeningen en ordenen van de stukken met volksmuziek die ik in die contreien opgetekend had. het gaf mij gelegenheid een weinig te reflecteren wat ik eigenlijk aan het doen was. maanden had ik rond gerreisd door deze arme en onvruchtbare streken. het scheen mij toe dat de cultuur van deze bewoners der zandgronden net zo armzalig was als de grond die zij bewerkten en net zo eenzijdig als de oogsten die zij er met veel noeste arbeid van af haalden. ik realiseerde mij dat ik me had laten meeslepen door de flegmatieke aard, de afstandelijkheid van deze eenvoudige mensen. in hun berusting had ik een troost gevonden, in hun stilten een zicht op oneindigheid, in hun jenevers en aardappelstooksels een dubbele bodem. maar daar, naast het ziekbed van de arme vl. doorzag ik de ijdelheid van het al, een reusachtige kwaadheid overviel me, en het scheelde niet veel of ik had al die zorgvuldige genoteerde en schoongeschreven liederen verscheurd. slechts de schroom dat mijn woede-aanval niet passend zou zijn aan het bed van een zieke weerhield me ervan de papieren in een woeste vlaag van verstandsverbijstering te verscheuren en de resterende kwade energie door het breken van een meubelstuk of flinke ruk aan het gordijn bij het raam te laten wegvloeien. nog goed herinner ik me nu hoe ik dien kwaadheid bij haar naam noemde en me bedacht dat zo niet het kabaal waarmee zij gepaard ging dan toch het daglicht in al volle maar ook striemende glorie de kamer zou binnen komen en de zieke zou kunnen schokken en dat zou wel het laatste zijn wat ik wilde veroorzaken want vl. scheen juist zo vredig te slapen. hij ijlde en zweette niet meer, zoals dien ochtend en zijn ademhaling was rustig en regelmatig. zijn gelaat had reeds een enigszins normaler roze teint. ik hield mij dus in. niet zoals men normaal werkelijk inhoudt, zoals men een driest paard tot kalmte sommeert, en haar temt door strakke teugels. maar als een hevig noodweer, dat met grote snelheid- van de einder gespoedt komt, de hemel verduistert, met aanwakkerende winden, de bomen die gaan striemen en de lichtere onderkant van hun bladeren laten zien tegen de donkere lucht. de groene teint die men overal waar men kijkt ziet, het bestendig rommelen en donderen, de koude die in alles doordringt, en de geur van herfst die nat en klam en het laatste stof neerslaand in veronderstelde druppels de flanken van de neus onzacht treffen. kortom, de onontkoombare onweersbui met stortregens, die dan op het laatste moment toch overdrijft en zo de lucht laat opklaren. zo zat ik daar nog, (de ganse dag, verdiept in mijne kommervolle zelfbeklaagende gedachten. het was echter niet omdat ik zoo onfortuinlijk was geweest maar ik zag aan de groeven in het gezicht van mijn vriend dat hij heel wat meer van zijn leven had gemaakt. veel meer beleefd had althans, waarom ik hem benijdde.) die avond, toen mijn vriend vl. weer enige teekenen van leven begon te vertoonen. hij kreunde een weinig en sloeg toen de ogen op. hij trachtte eenige woorden van algemene strekking te uiten doch het gelukte hem niet. hij had niet voldoende adem, wellicht was zijn keel te pijnlijk, waren zijn gedachten te verward. ik legde mijn hand op zijn borst om hem te doen verstaan dat ik hem nochtans begreep en hem alzoo duidelijk trachtte te maken dat het niet noodig was voor hem te spreeken. hij vocht vanonder de laakens een hand vrij en legde die op de mijne als wilde hij dat dien niet van zijn plek bewoog. kortstondig ontwaarde ik bij mijzelve eene aarzeling, eeven voelde ik een reserveering, doch ik begreep terstond dat dien hand hem zeekerheid gaf en liet hem daar liggen. ik moest echter wel mijn zithouding eenigszins wijzigen omdat ik anders die hand daar niet lang had kunnen laten liggen. zoo schuin voorover gebogen, met mijn andere hand rustend op mijn linkerknie. natuurlijk was mijn nieuwschgierigheid groot. hetgeen mijn vriend in deze erbarmelijke lichamelijke en ook, als ik het zoo mag duiden, diens geestelijke toestand gebracht had moest iets buitengewoons zijn geweest. wellicht enkel voor vl., maar daarom waarschijnlijk heel leerzaam voor mij, zoo goed kende ik mijn arme vriend vl. nog wel! dat alles kon wachten tot de toestand van zijn gezondheid wat verbeterd was. als vl. voldoende aangesterkt was zou hij stellig de beleefdheid hebben mij op de hoogte te brengen van de wederwaardigheeden van zijn verval. het is verwonderlijk, wonderwaardig hoe snel men dingen vergeet en hoe angstwekkend sluipend vergeten zaken hun opwachting maken in het portiek der tegenwoordigheid. hun aanvallen op de buste van verzelfgenoegzaamheid zijn wijd en zijd bekend en het bestand verwondert niemand die maar niet zijn verstand verstond. hun vrijheid, verpacht, verknocht is vergeten. de mens is zonder deugd, zonder zin, zonder weten. de volgende ochtend bezocht mij de meid bij mijn ontbijt. zij verraste mij, door niet uit te wijden over de zaken van huishoudelijke aard waarvan ze wist dat ik er een hartsgrondelijke afkeer van had over lastig gevallen te worden en zij dan ook niet na kon laten binnen de regels der conventie mij te vitten en te traaiteren met stoffige en soppige details, nee, het was wat anders. bij het wassen der kleeren vl.'s had zij bij het leedig en der zakken in een mouwzak van de frock een portfolio gevonden die zij mij hierop bracht, wetende dat ik hooge waarde in deze zaaken legde. ik begreep hieruit dat deze portfolio geen geld bevatte doch papieren en de zulke die de meid geen waarde leek te hebben. ik besloot ook toen toch een serieus gesprek met de oude voorhoeve te voeren over de dagelijkse gang van het huishouden. ik ontvouwde het portfolio en herkende terstond het magere handschrift van vl. op de bladeren die erin gevouwen zaten. het moeiljk te ontcijferen handschrift scheen neergeschreven in haast, doch met grote nauwkeurigheid, want geen der woorden die ik zoo vluchtig las waren afgekort. daartussen merkte ik een blad dat niet gelijk was aan de anderen. het was ook van een andere formaat, een quarto, terwijl de anderen folio waren. het was duidelijk niet door vl. geschreven. ik overwon mijn schroom om intiemer kennis te maken met het schrijfsel, want, zoals ik voor mij zelf redeneerde, het zou licht kunnen werpen op de omstandigheden van de arme vl. en misschien kon ik hem ermee van dienst zijn. de hele affaire is nu alweer zo lang geleden dat ik nu niet aarzel het ook aan u kenbaar te maken, daar ik nu weet dat ook vl. dit zo gewild zou hebben. het schrift, zoo te zijn geschreven op het blad, gescheurd uit een schoolschrift scheen een schrijfoefening te zijn. althans, dat dacht ik in eerste instantie. "...en zal zij doodgaan, zal wreed vuur die stralen verspillen die zoveel harten in vlammen zette? heeft zij geen kracht zelfs dood met liefde te moorden? nee, zelfs de koude dood verteerd door heet verlangen, zoekt haar te plezieren (waar plezier zelf slechts slaaf is)..." ik was geschokt en verwonderd door deze tekst. het leek morbide maar was het toch eigenlijk niet. het was in ieder geval duidelijk dat vl. dit niet geschreven had. het leek mij eerder te zijn geschreven door een vrouw, zoo net en met veel aandacht zooals alleen een jonge vrouw of een meisje die kan opbrengen als zij volledig schijnt op te gaan in de taak die men haar opgeeft, geen oog meer hebben voor iets, of wat dan ook om heen, hoe onbenullig de opdracht ook moge wezen. maar wat een vreemd stuk om aan een jonge vrouw te geven om in het net te schrijven. welke zieke geest laat zoiets toe?
de eenzame kannibaal
poelepaard~ dit verhaal begon onschuldig genoeg. het was getiteld "het poelepaard" en hoewel ik de oorspronkelijke tekst niet langer in mijn bezit heb—toen ik destijds werd overvallen en ontvoerd in de bergen ten westen van Saramanca werd het mij ontnomen, tezamen met het testament van Don N. en eenige waardepapieren die mij waren toevertrouwd door Dña Sandra, maar daarover later meer-hstaan de woorden nochtans in mijn geheugen gegrifd en kost het mij maar weinig moeite ze hier voor u neer te schrijven. "In een hutje van plaggen en stronken, aan de rand van een heel groot bos woonde eens een arme familie. Eigenlijk was het geen bos maar een woud. Een oerwoud. Zo oud als de wereld met bomen zo oud als de zon en met hangranken als dikke spinrag en varens zo groot als bungalowtenten. De bomen waren er zo dik nou en zo maar door. Die familie was de familie van Jantje, zijn zusje en zijn vader en zijn moeder. Er waren nog meer kindertjes geweest maar die waren allemaal al dood van de honger. Net op dit moment zien we hele familie staan bij het grafje van de kleine Kulder, de jongste die net overleden was. Vader staat met zijn pet in zijn handen en moeder staat tegen hem aan te huilen, gewikkeld in haar zondagse poncho. Het zusje, dat overigens Karin heet, is heel stil en teruggetrokken en omdat ze heel dun is lijkt het net een hoekvlag van een voetbalveld. Jantje, de kleinste van het stel staat naast het grafje, net als zijn vader met zijn petje in de hand. Hij kijkt heel boos. Vader is radeloos: Wat moeten we doen, Moeder? Komt er dan geen einde aan deze ontberingen? Vader is een houtskoolbrander is en de laatste tijd waren de winters nogal zacht zodat niemand zijn houtskool wilde kopen. Rustig maar vader, op elk dekseltje past een potje. Een oplossing voor al onze ellende is vast heel dichtbij! Misschien vinden we wel een schat achter ginder boom. Wie weet! Zo probeerde het arme wicht haar man op te beuren. Welk een kranig vrouwmensch! En daar stonden ze dan : die schamele mensen die zich door het harde leven sloegen. In de schaduwen van die grote bomen en struiken op de rand van het dichte woud dat eten gaf maar ook vocht, kilte en enge beesten. Die nacht, nadat ze een dodenmaal van koudwater met brood met bosuitjes hadden genuttigd, en de eenkhoorn het dak rammelden lag jantje te huilen op zijn bed. Hij woelde mar en woelde maar. Hij wou zo graag zijn ouders helpen maar wist niet goed hoe. zijn zusje, Karin, kroop vanuit het voeteneind, want ze deelden een bedstee, naar hem toe en probeerde hem met zoete woordjes te troosten. een beetje zoals ze haar moeder dien namiddag bezig had gezien. Wat moeten we nu doen? Gaan wij nou ook dood? ik vind het gemeen! Zo ging ons Jantje maar door. Wat moeten we nu doen! Jammerde Jantje. Stil nu maar zei Karin. Ik ken wel iemand die ons kan helpen. We vragen het wel aan het Poelepaard. "het poele paard wat is dat dan?" vroeg Jantje terwijl hij de tranen van zijn wangen veegde, "maar ken je het poelepaard niet? dan gaan we morgen heel vroeg naar buiten en het bos in. Naar het poelepaard want je ziet het poelepaard enkelt als de dauw nog tussen de bomen hangt! En dan vragen we het poelepaard naar ons toe te komen want als je daar de poel inloopt wordt je zo naar beneden gezogen de modder in, en dan moeten we zingen:" karin kon zo snel niets anders verzinnen om de arme kleine jongen te troosten. en terwijl de arme kleine jonge zichzelf in slaap snikte piekerde karin de nacht heen op zoek naar een antwoord voor de vragen van morgen
het platteland~ Aminardus en Hubertus hadden genoeg van het leven in de stad. Ze vonden het er maar ongezond want volgens hen hing er een bedompte lucht in de straten waar nooit eens een frisse wind kwam en de mensen waren er somber en bedrogen elkaar. ? Al snel waren ze ver gevorderd in de heuvels waartussen de stad lag. langs de weg lag een boomstam die een mooi uitzicht bood op de stad. ze gingen erop zitten uitblazen. ?kijk nog maar eens goed naar de draak,? zei Aminardus, want hij voelde hoe de muzen hem bij elke nieuwe frisse ademtocht wat schoons influisterden: [zie haar toch log liggen rondwentelen in haar eigen drek, terwijl haar stinkende adem rond haar hangt] en Hubertus zag dat hij naar de stad wees en begreep hem. ?kijk er nog maar eens goed naar, Hubertus! het zal, als de goden met ons zijn, voor het laatst zijn. we zullen daar nooit terug hoeven komen, voortaan zijn eigen baas in het rijke veld, knechten der natuur en genieten haar ontberingen en we [...] —Paris Rademacher
doejong~ de doejong is een gereedschap uit een stuk. de boemerang is een goede doejong
woorden en worden
verloren~ het begon allemaal op de dag dat de vrouw van de slager bij mij kwam—ik moet het vertellen zoals het gebeurde want anders begrijp ik het zelf ook niet meer—haar man was verdwenen en weer teruggekeerd. maar wat is dan het probleem? nou, het was niet meer haar man geweest. zei ze. hij was iemand anders geworden. wat ik ook redeneerde en betoogde, ik kon haar daar niet van af helpen. al zag hij er hetzelfde uit, het was toch iemand anders. punt uit. zij kende haar man toch? maar dat is toch onzin! dat zei ik ook. weet je wel hoe eng het is om een vreemde in je huis te hebben die beweert je man te zijn en die niet meer weg wil? nu goed, zo was het met haar. maar daarop kwamen er ineens veel meer van dergelijke verhalen. dat iemand even met de rug naar ze toe stond en ze ineens merkten dat het i emand anders was. daar kwam ascension die haar eigen kinderen niet meer herkende terwijl ze schreiend aan haar rokken hingen. en jose en josefa die al meer dan zestig jaar getrouw d waren scholden elkaar de huid vol en gooiden hun huisraad op straat. het hele dorp was onherkenbaar veranderd en gek geworden. ook ik begon aan mijn omgeving te twijfelen. allemaal waren ze veranderd. ik herken eigenlijk niemand meer. ik weet wel waarom ik dit schrijf. ik weet wie ik ben en wat er van mij verwacht wordt en door wie. maar feitelijk weet ik, behalve als ik aan het schrijven ben, ook niet meer of ik dezelfde ben. iedereen behandelt me afstandelijk en lijkt me niet meer te kennen. ze zijn veranderd. of ben ik het? maar ik ben toch mezelf? hoe kan ik aan mezelf twijfelen? maar toen begon het pas! wat een ellende. inmiddels heeft vrijwel iedereen het dorp verlaten. en toch is er nog hoop. maar ik kan het niet meer aan. nu wil ik ook weg. naar een plek waar niemand me kent. zodat ze niet weten wie ik ben en hoe ik me misdragen heb. of hij. en of ik veranderd ben. toch moet ik mijn verslag over wat er daarna voorviel nog maken. dat schrijf ik nog en dan ben ik weg. dit verslag laat ik achter op mijn schrijftafel
kleefkruid~ galium aparine; eetbaar; gorilla's rollen er een bal van en stoppen die als pruimtabak in hun mond. ik heb het ook geprobeerd en het is wel te eten. veel wilde eetbare planten zijn toch bitter en taai maar kleefkruid niet
espacios de indeterminación~ los espacios de indeterminación o espacios en blanco de un texto son, según el teórico alemán Wolfgang Iser, vacíos de información que el autor deja para que el lector los complete ~wikipedia
democracy~ if voting changed anything, they'd make it illegal /emma goldman
aristoteles~ whatsoever aristotle may have said on the subject, I don't care /william of occam (in "an outline of european architecture" by nicolaus pevsner)
onbetekenend~ de constituent is in permanente staat van onbetekenis; leg je hem vast dan klapt hij uit elkaar (of in elkaar)
exposure~ installatievoorstel. een ruimte met een plakkaat erop waarin staat dat er altijd risico is op ongeluk en dat arbo- en andere regels niet toestaan dat iemand daar binnen gaat
dijknimf~ in een weiland lopen drie mannen. ze kijken naar de grond. naar het gras en de klaver. er vliegt dan een leeuwerik boven hun hoofden. een boomtop in de omgeving ruist plotseling hoorbaar, door het gezang van de vogel. als ze verder lopen horen ze nu ook het ruizen van de andere bomen. het zijn er drie. drie mannen van gelijke kleding, gelijke grootte, gelijke leeftijd. nu gaan ze uit elkaar om een koeievlaai te ontwijken. twee naar links. twee naar rechts. een naar rechts, een naar links. de man in het midden draait zich om en loopt terug, hij wordt nagestaard door de anderen. pas als de man uit het midden over het prikkeldraad stapt en over de dijkweg naar het dorp wandelt besluiten de twee achtergeblevenen hem te volgen. de mannen worden bekeken door een zwartwitte kater, die helemaal aan de andere kant van het veld zit. hij is zo goed te zien omdat zijn vacht zo afsteekt tegen het groene gras en de roze en witte klaver. achter de mannen aan, in de berm, loopt nu een veldwezen, zij laat de kat verdwijnen.
takst~ dat teksten niet gestructureerd is als een seriële stroom gedachten; maar als de vele takken van een boom; die alle kanten opgaan en soms ophouden; maar dan het jaar erop toch doorgroeien
co:incindentia oppositorum~ het samenvallen der tegendelen; van nicolaas cusanus. een soort voorloper van de dialectiek?
verder~ afstand is de ruimte tussen twee dingen; een maat voor energieverschil; bestaat afstand verder nog?
openbaring~ dat je in een flits ziet hoe het allemaal in elkaar steekt maar dat het jaren kan duren omdat enigszins foutloos te verwoorden
kraaiepootbatterij~ een niet oplaadbare maar wel vervangbare batterij van zink en kopersulfaat. vroeger gebruikt in de telegraferij
aswasmiddel~ as van hout in een pan met water is een prima afwasmiddel of om je handen mee schoon te maken
arroz con leche~ anderhalve liter melk met 200 gram rijst met kaneelstok en citroenschil koken tot pap;dan 100gr suiker erbij;warm en koud te eten~marta
ontmoeten~ jij en ik zullen elkaar wel nooit ontmoeten—toch weet ik dat jij er bent
schipperen~ om iets nieuws te begrijpen moet je oude denkbeelden laten varen
estetisch~ het genoegen van dat moment van weten hoe het zit
begrijpelijk~ het denken over begrip hoort thuis in de filosofie, niet in de psychologie
abel boerema~ kok, zeezeiler, cadman, kunstenaar en magiër, grote belangstelling voor de symbolische manipulatie van de werkelijkheid. auteur van het 4-dimensionale abelvenster (antwerpen, 1993), lid van ubique, academia moir brandts honk en de pisgele tornado
verloren~ (korte variant) het begon allemaal met de slager. zijn vrouw zei me: hij was weg en kwam terug maar al zag hij er hetzelfde uit was hij toch een ander. daarop kwamen er meer met zulke verhalen; niemand was meer zichzelf! en iedereen vertrok. ik ga ook weg; ik vertrouw niemand meer
over de doejong en de foendi~ gepland boek. hoe de vorm van de doejong het ideale gereedschap benadert; ook het boek over de kapotkunde; waarom gaan dingen kapot en waarom op dat moment?
lensvlak~ het punt waar alle informatie (even) is /op het vlak van de lens of het punt van de pinnegat is de informatie gelijkelijk verdeeld, dus nul of hooguit een egale kleur; erachter beginnen zich de focusbollen te vormen totdat ze op brandpuntsafstand scherptepunten zijn geworden; het is een soort holoraam; de kringen op het vlak die elkaar overlappen zijn een andere benadering van fourier; ze zijn allemaal even groot en van een egale intensiteit (het zijn geen bollen op het vlak (kringen die naar het midden steeds intenser zijn) )
de god van het onbegrepene
gereedschap~ doejong, sex en sekse, spindle en spoel: omdat de doejong de vorm heeft van een spoel—glad, lang en penisvormig, is het maar beter dat we even aandacht besteden aan de seksuele kanten van de doejong en gereedschappen in het algemeen. de man en zijn doejong. de vrouw en zijn doejong. is de doejong haar ding of zijn ding. zijn penis of zijn begeerte. het zou allebei kunnen. het gereedschap krijgt nu een heel nieuwe betekenis. maar het verandert niets aan het verhaal: ook seksuele gereedschappen volgen de doejong. het laat zien dat de mens ook een seksuele relatie heeft met zijn omgeving.
doejong-principe~ als je niet weet waarvoor iets is laat het dan weg
vanzelf~ rijgen gedachten zich aaneen /ze komen uit zichzelf en vallen op hun plek /dan valt het stil en kijk ik om me heen
uitzieken~ ziek uit: tijd en aandacht voor je ziekte; ga er niet aan voorbij; je bent de zieke
error-handling~ programmeer zo dat élke fout het programma breekt met vermelding van regelnummer
vlierbloesemsiroop~ bloemschermen net onder water (met een bord erop), paar dagen laten staan, filtreren; per liter 1.25kg suiker en 20 gr citroenzuur; tot 70 graden verhitten; in gesteriliseerde flessen doen /pieterjan
generale~ het generalisme—overzicht—als vrouwelijk en het specialisme—territorium—als mannelijk principe; na de overheersing van het specialisme vanaf de landbouwrevolutie wordt het weer tijd voor een periode van generalisme
parmenides~ parmenides is voor latere tijden belangrijk, niet vanwege de onmogelijkheid van de verandering, maar vanwege de idee dat de substantie eeuwig en onveranderlijk is: het ding is datgene wat hetzelfde blijft onder wisselende omstandigheden /wikipedia
religiewetenschappen~ zoek je een tegenstelling tussen wetenschap en geloof kijk dan naar begrip (de wetenschapper gelooft dat de wereldwerkelijkheid uiteindelijk te begrijpen is (de gelovige gelooft dat juist niet; het is ook precies daar waar je de overeenkomst moet zoeken (co:incidentia oppositorum (voor mij staat religie dus niet gelijk met geloof in het bestaan van een opperwezen (is de wereld in essentie te begrijpen of is zij onbegrijpelijk? hoe meet je dat? (wetenschap verklaart danwel beschrijft nu ook al veel dingen zonder ze te begrijpen
volcmar de ommelandvaarder~ een bijzonder boek van aar van der werfhorst. als je een goed verhaal zoekt voor een historische drama met hanze, stormvloed, kogges, geloof, kampen, santiago de compostela, gotland, geselaars en meer
glansectomie~ het verwijderen van de glans van de penis. voor een betere penetratie en prestatie. bovendien houdt het orgasme langer aan en is herstel sneller. veel vrouwen houden ook niet van een te groot lid. de beleving voor de vrouw is minder invasief. ook een initiatie, een teken van de beschaafde mens. de glans benadrukken door hem weg te nemen. wat is het nut van de glans?
evalutie~ het begint met seksuele voorkeur—zoals dikke konten en grote tieten en harige benen of een goeie zangstem—pas later blijkt dat dan soms een goeie aanpassing te zijn voor de soort
kwantumfysica~ de statistiek van minder dan één gebeurtenis
zelfoppervlak~ de wereldwerkelijkheid is alles behalve het discours (de meningen van anderen al dan niet ge:internaliseerd (de scheiding tussen het een en het ander loopt dwars door je heen, niet om je heen
cocido madrileño~ ontstaan uit het sefardische gerecht ADAFINA; alles wordt samen gekookt maar in afzonderlijke gangen (vuelcos) geserveerd. kikkererwten, kool, wortels, aardappelen, spek, chorizo, bloedworst, ham, soepbot, rundvlees en bolas (gehaktballen met broodkruim en peterselie) of eieren
sendas perdidas~ Holz es un antiguo nombre que en alemán significa bosque. En el bosque hay caminos que las más veces se pierden de repente en lo intransitado. Se llaman "sendas perdidas (Holzwege). Cada una de ellas corre aparte, pero en el mismo bosque. A menudo causan la impresión de ser iguales, pero solo lo son en apariencia. Los leñadores y guardabosques conocen esas sendas. Saben lo que significa estar en una senda perdida /Martin Heidegger
many-worlds interpretation~ fifty years ago hugh everett devised the many-worlds interpretation of quantum mechanics, in which quantum effects spawn countless branches of the universe with different events occurring in each. the theory sounds like a bizarre hypothesis, but in fact everett inferred it from the fundamental mathematics of quantum mechanics https://www.scientificamerican.com/article/hugh-everett-biography/
een moment van onachtzaamheid
rune~ de dode letter; de overledenen spreken tot u door deze letters; hun wereld aanschouwt u; hun gedachten worden de uwe /wodan
el perro del hortelano~ una comedia de lope de vega, de 1618. «ser como el perro del hortelano, que no come ni deja comer»; el perro es un animal no vegetariano que no come los vegetales del huerto de su amo, pero no deja que los otros animales los coman /de hond van de tuinman naar een komedie van lope de vega uit 1618. "de hond van de tuinman, eet zelf niets uit de tuin maar laat anderen ook niets eten"; een bekende uitdrukking in spanje
galium aparine~ kleefkruid. eetbaar. gorilla's rollen er een bal van en stoppen hem dan als pruimtabak in hun mond
benedicam dominum, qui tribuit mihi intellectum~ insuper et in noctibus erudierunt me renes mei. proponebam dominum in conspectu meo semper; quoniam a dextris est mihi, non commovebor /neo-vulgaat, psalm 16, 7-8
centraal station~ de trein wisselt dichter toe op de lijn van gevels, een lichte topzware zwenking, trager gevolggevend een nadering momenten: toendra's, van reflectie en afwending dan ogen kijken door de gevelwand in de mijne tussen de vensters staren twee ogen; er zweeft wat rook; beleefd onbegrip, door de reizigster trekken mijn ogen de zwarte stenen tussen de witte kozijnen scherper; een flinke wollen kabeltrui heb ik aan ik kijk niet naar u ik kan mij niet verraden. mijn nek zit op slot in normaal gedrag; in haar hoofd schieten ramen langs, een zichtbaar kenmerk door herhaling, vele ruiten worden één vol koestering, een klein ovaal kozijn. dan de donkere stationsoverspanning, bevrijdt van het kader van de donkere haarlok waar lang de amsterdamse school
tegenwoordigheid~ als in een verlaten dorpskern een bebouwing van staken en aarde strak afgetekend tegen een blauwwitheldere lucht als een mierenhoop omhoogstekend neergeregend afgesmolten leem naast hoopjes gras rond grijsdode takken als anorganische kernen krommen zij zich van de aarde het leven aanwijzend. als herhaalde waarschuwingen van een verre kennis. verbeten opblijven van een kleuter. zal het zich kijken laten. als kleine achteraf gemerkte kladjes. als het sluiten van de handen, het schijnduister van de nacht. als kastanjeboomschaduwen ontsluierd van het licht verheldert de ruimte. in mij krijt het, blij, binnen te gaan in de razende tunnel. het natriumlicht dat oranje spat tegen het paarse omspansel knalt de lyriek uit elkaar in rondspinnende splinters. zijn betekenis en verwachting afgeknelde zenuwuiteinden. een kristal tot zand geknapt. raadselachtig hoe snel je dingen vergeet, angstwekkend hoe sluipend vergeten zaken hun opwachting maken in het portiek der tegenwoordigheid
candido~ tampoco ignoro yo, dixo candido, que es menester cultivar nuestra huerta. razon tienes, dixo panglós; porque quando fué colocado el hombre en el paraiso de eden, fué para labrarle, _ut operaretur eum_, lo qual prueba que no nació para el sosiego. trabajemos pues sin argumentar, dixo martin, que es el medio único de que sea la ida tolerable /voltaire, candido
artefacto~ del lat. arte factum 'hecho con arte'. 1. m. objeto, especialmente una máquina o un aparato, construido con una cierta técnica para un determinado fin. un artefacto electrónico. un artefacto volador. 2. m. despect. máquina, mueble o, en general, cualquier objeto de cierto tamaño. 3. m. carga explosiva; p. ej., una mina, un petardo, una granada, etc. 4. m. en un estudio o en un experimento, factor que perturba la correcta interpretación del resultado //dle.rae.es
herherinnering~ als je iets herinnert gaat de herinnering kapot; wat overblijft is de herinnering aan de herinnering
kwantumfysica~ is de statistiek van minder dan één gebeurtenis /maar over oneindig paralelle universa /gestuurd door de waarnemer want die bepaalt het tijdpad
kwarmte~ de relatie tussen warmte en kwantumfysica
allesbehalve~ de wereldwerkelijkheid is alles behalve het discours (de meningen van anderen al dan niet ge:internaliseerd (de scheiding tussen het een en het ander loopt dwars door je heen, niet om je heen
kangal shepherd dog~ around 500 kangal shepherd dogs have been given to farmers in namibia since 1994 by the cheetah conservation fund (ccf) and the program has proved so successful that it has been extended to kenya. during the past 14 years, the number of cheetahs killed by farmers is calculated to have fallen from 19 per farmer annually to 2.4. livestock losses have been cut significantly at more than 80% of the farms where the dogs have been adopted https://en.m.wikipedia.org/wiki/Kangal_Shepherd_Dog
aandacht is het vermogen onvermoede details waar te nemen
~ glansectomie (het verwijderen van de eikel (glans) van de penis. voor een betere penetratie en prestatie. bovendien houdt het orgasme langer aan en is herstel sneller. veel vrouwen houden ook niet van een te groot lid. de beleving voor de vrouw is minder invasief. wordt ook gebruikt als initiatie, ten teken van een vernieuwde mens. de glans benadrukken door hem weg te nemen. het gevoel de controle volledig kwijt te zijn. waarom heeft de man een glans? wat is de toegevoegde waarde van de glans?
kijken is de ruimte oplossen (je kijkt de wereld plat (dan zie je dat alles precies in elkaar past (zien is de ruimte ervaren (jopie
~ abrigo do lagar velho (grot in portugal waar resten van een kind met kenmerken van zowel homo sapiens als neandertaler zijn gevonden (beschreven door eric trinkaus
op het vlak van de lens is informatie gelijkelijk verdeeld (dus nul of hooguit een egale kleur (daarachter worden kringen kleiner totdat ze in het brandpunt overgaan in punten (het lensvlak is dus een soort holoraam want elk punt heeft alle informatie
het begrijpen van de kunst (de kunst van het begrijpen
ben ik mijn geheugen, ben ik mijn woede, ben ik deze gedachte?
zoek je een tegenstelling tussen wetenschap en geloof kijk dan naar begrip (de wetenschapper gelooft dat de wereldwerkelijkheid uiteindelijk te begrijpen is (de gelovige gelooft dat juist niet; het is ook precies daar waar je de overeenkomst moet zoeken (co:incidentia oppositorum (voor mij staat religie dus niet gelijk met geloof in het bestaan van een opperwezen (is de wereld in essentie te begrijpen of is zij onbegrijpelijk? hoe meet je dat? (wetenschap verklaart danwel beschrijft nu ook al veel dingen zonder ze te begrijpen



~ DILLETANTE "dan zongen ze: dilletante, kille tante, pille tante. raar wijf! gekke troel! met die dille, in je smoel! met die dille, in je bille. lekker gille, op je stoel. ja ja! zo zijn ze. maar goed. de dilletante was dan ook een ware liefhebster" haar echte naam kennen we niet. prinses die moest trouwen maar liever werkte in haar dilletuin. een aardman genaamd maakte misbruik van haar en de situatie. hij werd gedood door een prins die de dilletante echter niet wist te bevrijden van de vloek
~ SODABREAD Trying to make a different kind of sodabread, in the pan, 500gr mixed flour, oats, teaspoon of salt, teaspoon of sodium bicarbonate, olive oil, 350ml water, vinegar. knead lightly, half an hour in the pan at low fire /Steve
~ PANIEK IN DE DAUW het was al lang geleden, zeker voor een dier als zij was, dat karel haar gepakt had. ze bad daarop tot de lieve heer dat karel een keer zijn regenscherm zou vergeten en haar zou nemen, in de gang. het mocht niet baten. niets hielp, ook het bidden niet. en het smeken had alleen een averechts effect. ze was radeloos maar ze besloot toch, op zekere dag, vandaag, het volgende te ondernemen. als een soort van laatste afdwinging of eerste onthouding van het onontkoombare dat haar helder en klaar voor ogen stond als een snelstromend beekje in een diepen scheur tussen de woudreuzen die daarin helemaal alleen stonden want het waren beuken en haar middenrif deed kruimelen en haar hart jeuken zodat ze haar linkerarm tegen de borstkas klemde zo moest haar besluit haar verwarmen en doorbloeden. en dat deed het ook. ze trok haar stoute schoenen aan. en haar stoute rokje en haar stoute truitje en paradeerde dronken van het vreemde spel dat zij speelde in de vroege ochtendlucht op het met nog dauwbevochtigde grasveld voor de flat waarin zij woonde want ze wist dat karel elke ochtend uit het raam keek als hij de koffie door het apparaat liet pruttelen. eeraleerst liep ze wat achteloos rond en leunde zwaar op haar tenen opdat der hakken niet zouden wegzakken tussen de pollen gras. maar allengs beheerste ze dat zo goed dat zij kon schrijden, het bekken naar voren overhellend, haar linkerhand in de bocht van haar rug en haar kin omhoog, zo waadt zij aan, de nieuwe dag. aurora! de koffie zal hem sterken, zijn knijpende maag zal versterkt worden dat door zijn gedachten aan haar, hij vergeeft zijn ochtendhumeur en ziet een nieuwe tijd aanbreken, daar, voortschrijdend over het veldje gaat zijn gemalin. aurora! het koffiezetapparaat hapert en geeft een scheut bevrijdende reutels en borrelingen. ze kijkt naar het balkon, waar, echter nog geen deur is opengegaan. hij moet nu toch gaan komen kijken binnen gehoorsafstand, anders marcheert de dageraad van het grasveld af en staan blijven kan ze niet zonder haar gratie te verliezen die als de traagheid om haar heen hangt en haar met parfumdauw omhult zolang ze beweegt. wie ben ik dat ik dit allemaal besef? waarom snapt die klootzak het niet? er is geen tijd te verliezen. zou karel nu niet snappen wat er gaande moet zijn dan is haar gedrag voor altijd onverklaarbaar ingewikkeld en omstreden. hij zou haar geestelijk mijden en doden met een schouderophaal als ze eens fietsten langs een berm met naamloze bloemetjes die zij nog nooit gezien zal hebben, en wolken die kloppen en het warme asfalt dat zij voelt onder haar wielen. hoeveel passen kan zij nog schrijden voor ze later nooit meer aan karel kan zeggen dat hij wat fout doet? beseft hij dat hij hier aan het weglopen is? en maar doorsjokt achter zijn gemiddelde dagindeling aan en nooit meer naar morgens kan kijken zonder een klok te zien? wat nu? ze maakt de stappen korter en gooit haar hoofd van voor naar achter. steeds sneller, tot haar haren zich niet meer lijken te verplaatsen. ze pakt haar haren bij elkaar en draait ze in een knotje. voor het raam staat nog steeds karel. hij kijkt wat bezorgd en schudt met zijn mok met koffie. 'karel' staat erop.
~ elke keer als ik (teveel) drink stil ik een stem in mijn hoofd en is het even rustig daar
~ voortdurende meditatie
~ hoe langer je kijkt, hoe meer je ziet
~ we are conscious of the animal within us, which awakens in proportion as our higher nature slumbers. it is reptile and sensual, and perhaps cannot be wholly expelled; like the worms which, even in life and health, occupy our bodies. possibly we may withdraw from it, but never change its nature /henry david thoreau, walden
~ LOS SETENTA APÓSTOLES lucas 10:1-24 reina-valera 1960 : misión de los setenta : 10 : 1. después de estas cosas, designó el señor también a otros setenta, a quienes envió de dos en dos delante de él a toda ciudad y lugar adonde él había de ir. 2. y les decía: la mies a la verdad es mucha, mas los obreros pocos; por tanto, rogad al señor de la mies que envíe obreros a su mies. 3. id; he aquí yo os envío como corderos en medio de lobos. 4. no llevéis bolsa, ni alforja, ni calzado; y a nadie saludéis por el camino
~ LEVENSLOOP ach, het is toch zoo licht lopen, in de slavenketen. die daar vooraan zal zeker en vast de weg wel weten. wie zou er klagen? wij hebben toch zeker allen lege magen. hier lopen wij, kameraden voor het leven, over de vaste paden, de zon schijnt zwaar, bedrukt ons even, maar de lasten op onze ruggen zijn hoog opgeladen, het hoofd blijft zo fijn koel en ongenaakbaar. de ketens zijn zo diep al ingesleten, onze magen lang vergeten, er rest ons slechts op de gebarsten lippen - als ik ze krul proef ik van dat rode spul - de laatste twijfel, wat vage begrippen, vormen samen een vraag: zou ik kou vatten, zonder mijn stalen kraag?
~ ALAS DE CUERVO letterlijk 'ravenvleugels'; de opa van victor gaf er die naam aan; kersantiet, jabbro-dioriet; plutonisch gesteente; hard en zwart; bij lozana in piloña
~ het poelpaard | Dit verhaal nu, begon onschuldig genoeg. het was getiteld "Het Poelepaard" en hoewel ik het oorspronkelijke geschrevene niet langer in mijn bezit heb, staan de woorden nochtans in mijn geheugen gegrifd en kost het mij maar weinig moeite ze hier voor u neer te schrijven. "In een hutje van plaggen en stronken, aan de rand van een heel groot bos woonde eens een arme familie. Eigenlijk was het geen bos maar een woud. Een oerwoud. Zo oud als de wereld met bomen zo oud als de zon en met hangranken als dikke spinrag en varens zo groot als bungalowtenten. De bomen waren er zo dik nou en zo maar door. Die familie was de familie van Jantje, zijn zusje en zijn vader en zijn moeder. Er waren nog meer kindertjes geweest maar die waren allemaal al dood van de honger. Net op dit moment zien we hele familie staan bij het grafje van de kleine Kulder, de jongste die net overleden was. Vader staat met zijn pet in zijn handen en moeder staat tegen hem aan te huilen, gewikkeld in haar zondagse poncho. Het zusje, dat overigens Karin heet, is heel stil en teruggetrokken en omdat ze heel dun is lijkt het net een hoekvlag van een voetbalveld. Jantje, de kleinste van het stel staat naast het grafje, net als zijn vader met zijn petje in de hand. Hij kijkt heel boos. Vader is radeloos: Wat moeten we doen, Moeder? Komt er dan geen einde aan deze ontberingen? Vader is een houtskoolbrander is en de laatste tijd waren de winters nogal zacht zodat niemand zijn houtskool wilde kopen. Rustig maar vader, op elk dekseltje past een potje. Een oplossing voor al onze ellende is vast heel dichtbij! Misschien vinden we wel een schat achter ginder boom. Wie weet! Zo probeerde het arme wicht haar man op te beuren. Welk een kranig vrouwmensch! En daar stonden ze dan : die schamele mensen die zich door het harde leven sloegen. In de schaduwen van die grote bomen en struiken op de rand van het dichte woud dat eten gaf maar ook vocht, kilte en enge beesten. Die nacht, nadat ze een dodenmaal van koudwater met brood met bosuitjes hadden genuttigd, en de eenkhoorn het dak rammelden lag jantje te huilen op zijn bed. Hij woelde mar en woelde maar. Hij wou zo graag zijn ouders helpen maar wist niet goed hoe. zijn zusje, Karin, kroop vanuit het voeteneind, want ze deelden een bedstee, naar hem toe en probeerde hem met zoete woordjes te troosten. een beetje zoals ze haar moeder dien namiddag bezig had gezien. Wat moeten we nu doen? Gaan wij nou ook dood? ik vind het gemeen! Zo ging ons Jantje maar door. Wat moeten we nu doen! Jammerde Jantje. Stil nu maar zei Karin. Ik ken wel iemand die ons kan helpen. We vragen het wel aan het Poelepaard. "het poele paard wat is dat dan?" vroeg Jantje terwijl hij de tranen van zijn wangen veegde, "maar ken je het poelepaard niet? dan gaan we morgen heel vroeg naar buiten en het bos in. Naar het poelepaard want je ziet het poelepaard enkelt als de dauw nog tussen de bomen hangt! En dan vragen we het poelepaard naar ons toe te komen want als je daar de poel inloopt wordt je zo naar beneden gezogen de modder in, en dan moeten we zingen:" karin kon zo snel niets anders verzinnen om de arme kleine jongen te troosten. en terwijl de arme kleine jonge zichzelf in slaap snikte piekerde karin de nacht heen op zoek naar een antwoord voor de vragen van morgen
~ het begon allemaal op de dag dat de vrouw van de slager bij mij kwam —ik moet het wel vertellen zoals het gebeurde want anders begrijp ik het zelf ook niet meer— haar man was verdwenen en weer teruggekeerd. maar wat is dan het probleem? nou, het was niet meer haar man geweest. zei ze. hij was iemand anders geworden. wat ik ook redeneerde en betoogde, ik kon haar daar niet van af helpen. al zag hij er hetzelfde uit, het was toch iemand anders. punt uit. zij kende haar man toch? maar dat is toch onzin! dat zei ik ook. weet je wel hoe eng het is om een vreemde in je huis te hebben die beweert je man te zijn en die niet meer weg wil? nu goed, zo was het met haar. maar daarop kwamen er ineens veel meer van dergelijke verhalen. dat iemand even met de rug naar ze toe stond en ze ineens merkten dat het iemand anders was. daar kwam ascension die haar eigen kinderen niet meer herkende terwijl ze schreiend aan haar rokken hingen. en jose en josefa die al meer dan zestig jaar getrouwd waren scholden elkaar de huid vol en gooiden hun huisraad op straat. het hele dorp was onherkenbaar veranderd en gek geworden. ook ik begon aan mijn omgeving te twijfelen. allemaal waren ze veranderd. ik herken eigenlijk niemand meer. ik weet wel waarom ik dit schrijf. ik weet wie ik ben en wat er van mij verwacht wordt en door wie. maar feitelijk weet ik, behalve als ik aan het schrijven ben, ook niet meer of ik dezelfde ben. iedereen behandelt me afstandelijk en lijkt me niet meer te kennen. ze zijn veranderd. of ben ik het? maar ik ben toch mezelf? hoe kan ik aan mezelf twijfelen? maar toen begon het pas! wat een ellende. inmiddels heeft vrijwel iedereen het dorp verlaten. en toch is er nog hoop. maar ik kan het niet meer aan. nu wil ik ook weg. naar een plek waar niemand me kent. zodat ze niet weten wie ik ben en hoe ik me misdragen heb. of hij. en of ik veranderd ben. toch moet ik mijn verslag over wat er daarna voorviel nog maken. dat schrijf ik nog en dan ben ik weg. dit verslag laat ik achter op mijn schrijftafel
~ VAN DE HAK OP DE TAK tak; taxus, de boom waar bogen van werden gemaakt; toxon, grieks voor boog; bow, engels voor tak (en boog) en dan scheut, shoot: een schot maar ook een jonge tak
~ ZORGENKINDEREN "consequently, from the very advent of agriculture, worries about the future became major players in the theatre of the human mind" ~yuval noah harari, sapiens
~ SPOON BOY: "do not try and bend the spoon. that's impossible. instead... only try to realize the truth." neo: "what truth?" spoon boy: "there is no spoon." neo: "there is no spoon?" spoon boy: "then you'll see, that it is not the spoon that bends, it is only yourself" ~the matrix
de omgevallen kaartenbak
de wil bepaalt de uitkomst
het weer in de spiegel
alles is een uitzondering
een moment van onachtzaamheid
lenswolk / op het vlak van de lens is informatie gelijkelijk verdeeld, dus nul of hooguit een egale kleur; daarachter worden kringen kleiner totdat ze in het brandpunt overgaan in punten; het lensvlak is dus een soort holoraam want elk punt heeft alle informatie
aandacht is het waarnemen van details
egyptisch god atoem schiep de wereld uit de chaos door de stem; de analogie met de kwantumleer: de waarnemer laat de keuzegolf instorten; parmenides, johannes, hegel, heidegger, gödel, schrödinger
hoe groter de kudde, hoe makkelijker het is om haar te sturen; ik heb het over schapen maar wellicht geldt het voor meer diersoorten
in hoeverre is kennis van de wereld een artefact ontstaan door gebruik van taal en in het geheel niet gerelateerd aan de werkelijkheid? bijvoorbeeld het concept meervoud, bestaan er daadwerkelijke meerdere dingen die toch hetzelfde zijn?
de woede komt voort uit de wil. de drift is niet van het natuurlijke, het lichaam, of de ziel; het is de frustratie van de wil dat de werkelijkheid zich niet voegt naar haar voorstelling
de wereld wordt geregeerd door de natuurwetten én door de onwetten. de kracht van die laatste merk je vooral als iets faliekant misgaat
wat gebeurd is, kun je nooit helemaal wegstrijken, het laat zijn sporen na in de kreukels en vouwen; kreukels zijn het handschrift van de entropie
het unaire telstelsel (base 1 (een uniforme kwantiteit als informatie (elke roman een lijnlengte
je innerlijke stem (meester) vertelt je niks wat je niet al wist; hij herinnert je aan wat je al wist en toont je het vanzelfsprekende zodat je erom moet lachen /pablo d'ors, biografía del silencio, 19~ el maestro interior no dice nasa que no sepamos; nos recuerda lo que ya sabemos, nos pone ante la evidencia para que sonriamos /pablo d'ors, biografía del silencio
alles is al gebeurd; onze geesten volgen de lijnen van uitkristallisatie; achter het kristal van het al zit het wezen—alles is en was er, maar wacht tot het betekenis krijgt: tot iemand het tekent—wat als ons bewustzijn alleen maar de herinnering aan een leven is dat al af is? ~ betekenis: alles is al gebeurd. onze geesten volgen de lijnen van uitkristallisatie; en achter het kristal van het al zit het wezen—alles is er, en was er, maar zit te wachten tot iemand het betekenis geeft: tot iemand het tekent—wat als ons bewustzijn alleen maar de herinnering aan een leven is dat al geweest is?
woorden en worden
actio in distans, distans in actio
verberg: de nieuwe berg verscheen ineens en niemand had hem ooit eerder gezien. was daar dan altijd mist? wat beweegt er op de helling. en hoe kom je er?
al eterno retorno de lo idéntico /así habló zaratustra, friedrich nietzsche~
mother lode: a principal vein or zone of veins of gold or silver ore. The term is also used metaphorically to refer to the origin of something valuable or in great abundance /wikipedia
~ kvattummechanica: de werkleer van het waarschijnlijkheidsveld (het kvatdeeltje)
la chance ne sourit qu’aux esprits bien préparés /louis pasteur ~ wordt meestal vertaald met "chance favors only the prepared mind" maar zou toch beter zijn als "chance smiles only on well prepared minds"
el paisaje de memoria: cuando reconoces un lugar aunque vienes de otro lado que la última vez~ het verheugde landschap // wanneer je een plek herkent hoewel je van een andere kant komt als de vorige keer
holzwege: /im holz sind wege, die meist verwachsen jäh im unbegangenen aufhören. jeder verlauft gesondert, aber im selben wald. oft scheint es ob gleiche einer dem anderen. doch es scheint nur so. holzmacher und waldhüter kennen die wege. sie wissen was es heiβt, auf einem holzweg zu sein /martin heidegger, holzwege
narrative abbreviated
we are conscious of an animal in us which awakens in proportion as our higher nature slumbers. it is reptile and sensual, and perhaps cannot be wholly expelled; like the worms which, even in life and health, occupy our bodies. possibly we may withdraw from it, but never change its nature /henry david thoreau, walden
bicameralism: hypothesis by julian jaynes; in the human brain cognitive functions were once divided in a speaking and a listening part /wikipedia~ god woont in de ene hersenhelft en jij in de andere
gefundenes fressen
el maestro interior no dice nasa que no sepamos; nos recuerda lo que ya sabemos, nos pone ante la evidencia para que sonriamos /de innerlijke stem (meester) vertelt ons niks wat we niet al weten; hij herinnert ons aan wat we al wisten, toont ons het vanzelfsprekende zodat we erom glimlachen /pablo d'ors, biografía del silencio
se abren puertas y ventanas en los muros de una casa, y es el vacío lo que permite habitarla—en el ser centramos nuestro interés pero en el no-ser encontramos lo esenciál /lao tse montado y expuesto durante el evento "tu huella en el camino" en el pueblo la castañal, bimenes, asturias, julio 25, 2020
holz es un antiguo nombre que en alemán significa bosque. en el bosque hay caminos que las más veces se pierden de repente en lo intransitado. se llaman "sendas perdidas" (holzwege). cada una de ellas corre aparte, pero en el mismo bosque. a menudo causan la impresión de ser iguales, pero solo lo son en apariencia. los leñadores y guardabosques conocen esas sendas. saben lo que significa estar en una senda perdida *
there is one holy book, the sacred manuscript of nature, the only scripture which can enlighten the reader /one of the ten sufi thoughts from "the way of illumination" by hazrat inayat khan *
LONDON NOMADES the accompanying photograph, taken on a piece of vacant land at battersea, represents a friendly group gathered around the caravan of william hampton, a man who enjoys the reputation among his fellows, of being 'a fair-spoken, honest gentleman'. nor has subsequent intercourse with the gentleman in question led me to suppose that his character has been unduly overrated. he honestly owned his restless love of a roving life, and his inability to settle in any fixed spot. he also held that the progress of education was one of the most dangerous symptoms of the times, and spoke in a tone of deep regret of the manner in which decent children were forced now-a-days to go to school. 'edication, sir! why what do i want with edication? edication to them what has it makes them wusser. they knows tricks what don't b'long to the nat'ral gent. that's my 'pinion' (john thomson and adolphe smith, street life in london, 1877) *:jer426cev
HOLZWEGE im holz sind wege, die meist verwachsen jäh im unbegangenen aufhören. jeder verlauft gesondert, aber im selben wald. oft scheint es ob gleiche einer dem anderen. doch es scheint nur so. holzmacher und waldhüter kennen die wege. sie wissen was es heißt, auf einem holzweg zu sein (martin heidegger, holzwege)
GRAVITATIONAL REDSHIFT if you toss a ball up into the air, it slows down as it rises. if you shine a beam of light into the sky, the light doesn't slow down, but gravity does take away some of its energy. as a result, a beam of light becomes redshifted as it climbs out of a gravitational well *
HET VERHEUGDE LANDSCHAP ~ dat je een plek herkent hoewel je van een andere kant komt als de vorige keer
het is een misverstand te denken dat techniek geleidt wordt door wetenschap en rede; techniek ontwikkelt zich grotendeels zelf; door evolutie; het is een blind, onredelijk en autonoom proces
de geur van net gekookt water brengt veel herinneringen naar boven
gevoelige laag~ als kind verkreukelde ik zilverpapier om het dan weer helemaal glad te wrijven. maar dat lukte nooit want er bleven altijd kreukels. de weerbarstige werkelijkheid liet zijn sporen na. nu doe ik het nog. maar juist om de werkelijkheid vast te leggen
het staat geschreven ~ geschreven taal komt van hogerhand en wordt klakkeloos geaccepteerd—dat heb ik eens ergens gelezen—is het omdat je níet weet van wie het komt dat je het maar voetstoots gelooft?
covadonga~ waarschijnlijk van "cova dominica": cueva de la señora; de grot waar pelayo maria zag die hem de overwinning beloofde op de moren; de belangrijkste toeristische bestemming van asturias voor spanjaarden omdat daar volgens de legendes de reconquista begon
abismo superficial ~ abismo: Del fr. ant. abisme, este quizá del lat. vulg. *abyssĭmus, der. del lat. tardío abyssus, y este del gr. ἄβυσσος ábyssos; literalmente 'sin fondo'. superficial: Del lat. superficiālis.1. Perteneciente o relativo a la superficie. 2. Que está o se queda en la superficie. 3. Aparente, sin solidez ni sustancia. 4. Frívolo, sin fundamento.
IMMER GERADE AUS licht golft alle kanten op maar kwanta gaan rechtdoor
2021/06/21/14:22:49