H E T • S CH I L D E R B OE K • V A N • F E R D I N A N D • P E E R •• OVER DE KUNST VAN HET B E G R IJ P E N EN HET BEGRIJPEN VAN DE K U N S T • versie 2021/01/14/08:32:22 • de aard van beweging • een oppervlak is de grens tussen twee verschilldende substanties. de wereld is verdeeld in natuur en geest en de grens, het oppervlak, is de werkelijkheid-bewustzijn: een spiegelend oppervlak met twee kanten. elk oppervlak spiegelt: dwz de ene substantie ziet zichzelf in de andere /oppervlakkig • de informatie superinflatietheorie: hoeveel genieën zijn er? de dichtheid moet net zo groot zijn als in de oudheid. maar in absolute getallen zijn het er nu zoveel dat je ze niet allemaal kunt kennen. een steeds groter gedeelte vd menselijke bliht voor altijd in het duister. er wat heeft dat te maken met hoeveel je er ziet? • als je altijd doet waar je zin in hebt, doe je nooit waar je zin in hebt • dat ik vergeefs zocht mijn doelen te bereiken en dat wat me in de schoot geworpen werd niet zag of waardeerde • eerst sprak de mens in zichzelf tegen zichzelf. pas daarna begon hij tegen anderen praten die hij daardoor net zo kon sturen als zichzelf /afstemming • het onkenbare is het onbegrijpelijke — is de natuur niet in wezen onkenbaar? of zou de hele werkelijkheid te begrijpen zijn? als je dat laatste gelooft dan ben je een pangnosticus • je kunt misschien wel alles begrijpen wat te begrijpen is (het kenbare) maar daarom hoef het nog niet waar te zijn — en je hoef het er niet mee eens te zijn • wat ik mooi vind aan het wereldbeeld van parmenides is dat de wereld ongevormd en onmenselijk is en dat wij haar oppervlakte, de werkelijkheid, vormgeven • soorten modder • ineens zie ik dat de wereld en mijn ziel één zijn, tegelijkertijd hoor ik de wiekslag van twee overvliegende raven • religie is de verzameling van alle instincten van de mens, al het dierlijke wat wij bezitten. en het meest kostbare. de storm van onbegrijpelijke maar aanwezige gevoelens is het voor de rede ondoordringbare domein van de driften die het daarom het god noemt • de echte spiritualiteit gaat voorbij aan de religie van de stem, gaat dieper dan de gevoelens en is helderder dan elk inzicht /eeuwige terugkeer • je denkt alleen maar dat je denkt aan wat je denkt • waarom vertellen we onze kinderen verhalen met dieren in hoofdrollen? zou dat betekenen dat (heel) vroeger de dieren een veel belangrijkere rol in ons leven speelden? • de traagheid van het bestaande • als je doodgaat, weet je nog niet wie je bent, wie we zijn en waarom we hier zijn. dat is het grote probleem • wat als de beleving van ons leven niet een directe ervaring is maar de herinnering die we pas bewust worden als het voorbij is? • vul een lage bak met pekelwater; giet of sprenkel daar met terpentine verdunde olieverf op; roer of kiep het water al dan een beetje; papier erop; laat de verf intrekken; als het vel helemaal doorweekt is trek je het papier snel uit het bad en laat platliggend (omdat anders de kleuren door elkaar lopen) drogen op een doek of oude kranten /marmerdruk • de trein wisselt dichter toe op de lijn van gevels, een lichte topzware zwenking, trager gevolggevend een nadering momenten: toendra's, van reflectie en afwending dan ogen kijken door de gevelwand in de mijne tussen de vensters staren twee ogen; er zweeft wat rook; beleefd onbegrip, door de reizigster trekken mijn ogen de zwarte stenen tussen de witte kozijnen scherper; een flinke wollen kabeltrui heb ik aan ik kijk niet naar u ik kan mij niet verraden. mijn nek zit op slot in normaal gedrag; in haar hoofd schieten ramen langs, een zichtbaar kenmerk door herhaling, vele ruiten worden één vol koestering, een klein ovaal kozijn. dan de donkere stationsoverspanning, bevrijdt van het kader van de donkere haarlok waar lang de amsterdamse school /centraal station • in voorstelling vijf, vier figuren; drie van normaal formaat; twee daarvan kijken elkaar aan en, één knielt er—staat er net van op. deze ene is op de voorgrond; die andere ene—die van de drie van formaat—staat achter de twee; die trouwens elkaar heel raar aankijken en slechts gering wijken voor die andere. van de rechter is zijn hand afgevallen, zijn rechter. de linker legt zijn rechter maar vast—want uit steen gehouwen—op de schouder van de door de kniëen gezakte. die op zijn beurt de rechter bedekte, in zijn gewaad verpakte. hij kijkt naar waar de gevallen rechterhand van de rechter was, daar. de linker heeft haar op zijn kaak /de leidse sarcofaag • het gelijk van het ongerijmde • hoe meer de natuur zichzelf openbaart, hoe beter. minder inbreng van de kunstenaar zelf maakt een sterker werk • eerst zag ik niets toen ik door het raam naar buiten keek want het was donker. ik zag dat het koud was. ik was ziek en mocht al dagen niet naar buiten. ik zou het niet eens kunnen. uit het duister kwamen drie figuren aangelopen, en, ik wist niet wat ze van plan waren. wat waren ze van plan? voor het huis langs liepen ze, voor de heg liepen ze door. ze hadden de vaart er goed in en zonder op te kijken liepen ze verder. oh nee: één kijkt er om maar ziet niets. nu zijn ze verdwenen in de nacht. ik vroeg me af waar ze heen gingen. het wordt weer koud en ik kruip weer in bed en pak mijn boek /raamvertelling • de eenvoud van meervoud /soorten modder • over het begrijpen van de kunst en de kunst van het begrijpen /het schilderboek van ferdinand peer • bestaat de grammatica wel? is er niet meer betekenis mogelijk als je het keurslijf van de grammatica loslaat?
noten: 1) se abren puertas y ventanas en los muros de una casa, y es el vacío lo que permite habitarla—en el ser centramos nuestro interés pero en el no-ser encontramos lo esenciál /lao tse. montado y expuesto durante el evento "tu huella en el camino" en el pueblo la castañal, bimenes, asturias, julio 25, 2020 2) laertes: know you the hand? king: tis hamlets character. naked, and in a postscript here, he says, alone /hamlet, act iv, scene vii 3) the symbolic, the imaginary and the real /jacques lacan 4) al zijn er duizenden verzen gemaakt uit vele nietszeggende woorden; beter een enkel woord uit, een vers, na het horen waarvan men tot rust komt /dhammapada 101 5) de mens zoekt de mens in mij. en ik? ik zie mezelf en ren naar buiten /rabindranath tagore /vertaling van simon vinkenoog 6) im dionysischen dithyrambus wird der mensch zur höchsten steigerung aller seiner symbolischen fähigkeiten gereizt; etwas nieempfundenes drängt sich zur aeusserung, die vernichtung des schleiers der maja, das einssein als genius der gattung, ja der natur. jetzt soll sich das wesen der natur symbolisch ausdrücken; eine neue welt der symbole ist nöthig, einmal die ganze leibliche symbolik, nicht nur die symbolik des mundes, des gesichts, des wortes, sondern die volle, alle glieder rhythmisch bewegende tanzgebärde. sodann wachsen die anderen symbolischen kräfte, die der musik, in rhythmik, dynamik und harmonie, plötzlich ungestüm. um diese gesammtentfesselung aller symbolischen kräfte zu fassen, muss der mensch bereits auf jener höhe der selbstentäusserung angelangt sein, die in jenen kräften sich symbolisch aussprechen will: der dithyrambische dionysusdiener wird somit nur von seinesgleichen verstanden! /einssein /nietzsche /die geburt der tragödie