prijzen zal ik de heer, die mij verstand heeft gegeven: ik zie de heer voor mijn ogen te allen tijde: want hij is aan mijn rechterhand omdat ik niet wankele—benedicam dominum, qui tribuit mihi intellectum: providebamdeum in conspectu meo semper; quoniam a dextris est mihi, ne commovear (missaal, offertorium, vijfde zondag na pinksteren)